54.147.29.160
Zwart op wit

Actualiteit

Wetten en regels veranderen met grote regelmaat. Dat geldt ook voor uw persoonlijke situatie, uw bedrijf en de samenleving als geheel.

Batenburg Notarissen is op de hoogte van alle relevante ontwikkelingen en verdiept zich in uw situatie. Zo sluit onze advisering altijd aan op de actualiteit.

Nieuwsbrieven RSS

Eerder testament zorgt voor problemen

Bij het opmaken van een testament kunt u aangeven wat uw wensen zijn. De notaris zal uw wensen zo goed mogelijk vertalen naar een nieuw testament. Daarbij zal de notaris u niet alleen vragen naar de samenstelling van uw familie, maar ook een globaal overzicht van uw vermogen willen doornemen, en uw eerder opgestelde testament willen bekijken. In het eerder opgestelde testament kunnen bepalingen staan die herroepen moeten worden in uw nieuwe testament, bijvoorbeeld de benoeming van iemand die geen erfgenaam meer moet zijn. Daarnaast kan bijvoorbeeld een gewijzigde fiscale wet niet meer het gewenste gevolg teweegbrengen, en moet het nieuwe testament daarop aangepast worden. Onlangs speelde er een geval waarbij in een nieuw testament het oude testament niet geheel was herroepen. Later bleek dat er in het oude testament een langstlevendenregeling stond, terwijl de langstlevende echtgenote in een aanvullend testament werd onterfd. Aangezien het om een grote nalatenschap van de overleden echtgenoot ging, ontstond er discussie over de bedoeling van de overleden echtgenoot. Met een grondige herziening van het oude testament had deze discussie wellicht voorkomen kunnen worden. Is het uw bedoeling om binnenkort uw testament te laten herzien? Bereid u dan goed voor op uw bezoek, en neem naast een globale vermogensopstelling ook voorgaande testamenten mee. Ook eventuele huwelijkse voorwaarden of een samenlevingscontract zijn noodzakelijk voor de notaris om een goed advies te kunnen geven. Bron: Hoge Raad 11 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:4.

Gepubliceerd: 12 Jun 2019
Copyright: Sdu © 2019

Kwaliteitsborging bouwen wordt verbeterd met nieuwe wet

Er komt een nieuwe wet voor kwaliteitsborging voor het bouwen. De Eerste Kamer heeft inmiddels ingestemd met het wetsvoorstel. Bouwers krijgen een grotere verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van nieuwbouwwoningen. Daarmee wordt het voor kopers eenvoudiger om aannemers aansprakelijk te stellen voor fouten of slechte kwaliteit. Tot nu toe werd de kwaliteit al beoordeeld voordat er nog maar enig werk was uitgevoerd, bij de aanvraag en beoordeling van een bouwvergunning. Bij de oplevering van het bouwwerk moet de aannemer via een onafhankelijk kwaliteitsborger (een bouwinspecteur) aantonen dat aan de regelgeving is voldaan en kwaliteit en veiligheid zijn gewaarborgd. Kopers krijgen zo meer mogelijkheden om de aannemer in voorkomende gevallen tot verbetering te dwingen. De aannemer moet de koper informeren over het afdekken van risico's tegen schade door het niet nakomen van de verplichtingen en de gebreken na de oplevering. Het bij de notaris gestorte depotbedrag mag pas aan de aannemer worden uitbetaald, nadat de opdrachtgever heeft kunnen aangeven of die uitbetaling met worden opgeschort vanwege gebreken. Wilt u meer weten over kwaliteitsborging bij de bouw van uw huis en uw mogelijkheden om uitbetaling van het depotbedrag op te schorten? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Nieuwsbericht Eerste Kamer.

Gepubliceerd: 12 Jun 2019
Copyright: Sdu © 2019

Notariaat uit onvrede over UBO-register tijdens rondetafelgesprek

Het UBO-register is fraudegevoelig en de handhaving is beperkt effectief. De goeden komen in het register, de kwaden niet. Dit is een van de standpunten van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) over het UBO-register. Het notariaat lichtte dit standpunt woensdag 22 mei aan Tweede Kamerleden toe in een rondetafelgesprek. Het rondetafelgesprek was onderdeel van de wetsbehandeling. Tijdens het rondetafelgesprek kregen verschillende deskundigen de mogelijkheid hun visie te geven op het wetsvoorstel tot instelling van een UBO-register. Naast de notariële beroepsorganisatie kwamen ook onder andere een belastingexpert, de Financial Intelligence Unit Nederland, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Nederlandse Vereniging van Banken en MKB-Nederland aan het woord. De Kamerleden die betrokken zijn bij het UBO-register, hebben een position paper van de KNB ontvangen. Niet effectief De fraudegevoeligheid van het UBO-register brengt mee dat het UBO-register niet betrouwbaar, niet effectief en niet doelmatig is als middel om financieel-economische criminaliteit, zoals witwassen en terrorismefinanciering, tegen te gaan. Daarnaast brengt het register hoge kosten en administratieve lasten met zich mee en schendt het de privacy van UBO’s (ultimate beneficial owners). Dit schrijft de beroepsorganisatie in een reactie op het implementatiewetsvoorstel, dat door Kamerleden gebruikt kan worden voor de wetsbehandeling. Vanwege de Europese richtlijnen die ten grondslag liggen aan het wetsvoorstel, heeft Nederland echter niet veel ruimte voor een eigen invuling. Poortwachter De KNB is kritisch op het wetsvoorstel vanuit het oogpunt van de poortwachtersrol van de notaris en uit betrokkenheid bij de aanpak van fraude en witwassen. De notaris heeft een belangrijke rol als een van de poortwachters van het financiële stelsel bij het signaleren en voorkomen van fraude en witwassen, met name rond vastgoed en rechtspersonen. De beroepsorganisatie denkt dat het UBO-register in de voorgestelde vorm de notaris niet gaat helpen bij zijn poortwachtersrol. Een door het notariaat gevuld centraal aandeelhoudersregister kan volgens de KNB wel helpen. Wilt u meer weten over het registreren van aandeelhouders? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: KNB nieuwsbericht 20/5/19.

Gepubliceerd: 12 Jun 2019
Copyright: Sdu © 2019

Vijfprocentregeling bij nieuwbouw aangepast

De Tweede Kamer heeft deze maand de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen aangenomen. Deze regeling houdt in dat consumenten % van de aanneemsom achterhouden bij de notaris. De aanpassingen gaan in op 1 januari 2021. Onder de nu nog geldende regels kunnen consumenten via het opschortingsrecht 5% van de aanneemsom – het depotbedrag – bij de notaris achterhouden. De koper moet nu nog zelf voorkomen dat dit bedrag drie maanden na de oplevering van de woning (termijn opschortingsrecht) automatisch naar de aannemer wordt overgemaakt. Die regel verandert met de wetswijziging. Vanaf 2021 moet de aannemer tussen één en twee maanden na de oplevering aan de koper laten weten dat de termijn van het opschortingsrecht afloopt. Een kopie van de brief moet hij naar de notaris sturen. Pas als volgens de consument alle gebreken zijn verholpen, mag de notaris het depotbedrag naar de aannemer overmaken. Een mogelijk probleem kan worden dat onder de nieuwe regels de betreffende brief van de aannemer niet duidelijk is wat de opleverdatum was. Die datum is echter voor de notaris bepalend om het depotbedrag uit te betalen. Dat moet namelijk uiterlijk drie maanden na de opleverdatum gebeuren. Als de opleverdatum niet in de brief wordt vermeld, moet de notaris dit bij de koper of de aannemer navragen. Wilt u meer weten over de 5%-regeling? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: KNB nieuwsbericht 15/5/19.

Gepubliceerd: 05 Jun 2019
Copyright: Sdu © 2019

Erfenis minderjarige en huurtoeslag

Als een minderjarig kind een erfenis krijgt, wordt in het testament van de overledene meestal een zogenaamd bewind ingesteld. Het kind mag dan tot een bepaalde leeftijd niet zelf bepalen wat hij met de erfenis doet. Een aangestelde bewindvoerder zal het geërfde geld beheren tot het kind oud genoeg is. Onlangs speelde er een geval bij de rechter waarbij een minderjarig kind vermogen had geërfd. Een tante was in het testament tot bewindvoerster benoemd. Toen de moeder van het kind een huurtoeslag aanvroeg, stelde de Belastingdienst/Toeslagen dat de erfenis niet op een geblokkeerde rekening stond. De Belastingdienst telde de erfenis daarom mee bij de uit te voeren vermogenstoets, waardoor de huurtoeslag lager werd vastgesteld. De rechter was het daar niet mee eens. Omdat de bewindvoerder volgens het testament bepaalt of het vermogen aan de minderjarige erfgenaam ter beschikking wordt gesteld, kan het kind, of diens moeder, niet zelf beschikken over het geld. Om die reden bepaalt de rechter dat de erfenis in dit geval niet meetelt voor de vermogenstoets, waardoor de huurtoeslag niet wordt verlaagd. Wilt u meer weten over het opnemen van een bewind in een testament? Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek. Bron: Notamail 13 mei 2019 nummer 109.

Gepubliceerd: 05 Jun 2019
Copyright: Sdu © 2019

Geldlening in familie

Een geldlening aan een familielid is gauw geregeld. Er zijn doorgaans geen langdurige procedures bij de bank nodig om de lening te krijgen. Bijkomend voordeel is dat het maken van afspraken over de rente en de terugbetaling met een goedwillende ouder of suikeroom meestal ook niet lang duurt. Toch is het belangrijk om de familielening net zo serieus te nemen als een lening van de bank. Het zou jammer zijn als de fijne familierelaties worden verstoord doordat er ruzie ontstaat over de zo goed bedoelde lening. Onlangs ging een moeder die haar dochter en schoonzoon een grote lening van meer dan één miljoen euro voor hun huis verstrekte naar de rechter, toen de relatie van de dochter en schoonzoon werd verbroken. Ze wilde dat de lening geheel werd terugbetaald toen de schoonzoon iets meer dan een maand te laat de rente betaalde. Het was immers de afspraak dat de lening pas na dertig jaar opgeëist kon worden, of eerder bij een overtreding van de afspraken in de overeenkomst. De rechter vond het niet redelijk dat de moeder het gehele bedrag direct terug wilde hebben. De leningsovereenkomst was volledig geïnspireerd door de familierelaties, wat bijvoorbeeld bleek uit het feit dat de dochter en schoonzoon niet hoefden af te lossen en pas na dertig jaar hun lening hoefden terug te betalen. De scheiding hadden zij niet voorzien en de relatief korte termijnoverschrijding in de rente vond de rechter niet voldoende reden voor de drastische maatregel van volledige opeising van de hele leensom. Wilt u ook een familielening vastleggen? Kom dan gerust eens praten, wij helpen u graag om een overeenkomst op te stellen. Bron: Notamail, 28 mei 2019, nummer 120.

Gepubliceerd: 05 Jun 2019
Copyright: Sdu © 2019

Geen extra bescherming kopers op woningmarkt

Aanvullende maatregelen om kopers op de overspannen woningmarkt te beschermen, zijn niet nodig. Dat vindt minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij reageert daarmee op vragen van het Tweede Kamerlid Henk Nijboer. Het onderwerp werd actueel na een steekproef door de website BIJN.nl. Uit de steekproef bleek dat in bijna driekwart van de koopovereenkomsten de bouwkundige keuring is doorgestreept of verwijderd. Dat strijdt nogal met het sinds 1 februari 2018 standaard opnemen van een voorbehoud voor een bouwkundige keuring in de overeenkomst. De vraag was wat de redenen waren van het geringe aantal keuringen in de koopovereenkomsten. Minister Ollongren beroept zich in haar reactie op een onderzoek uit 2018 naar de redenen waarom consumenten geen voorbehoud van een bouwkundige keuring hebben opgenomen in hun koopcontract. Daaruit blijkt dat 59% de keuring niet nodig vond en in 34% van de gevallen de aankoopmakelaar dit besluit nam. De overige 7% gaf aan dat de verkoper de keuring al had laten uitvoeren. Het verhogen van de kans op een woning kwam als reden om het voorbehoud te schrappen nauwelijks voor. Vandaar dat Ollongren geen aanleiding ziet om extra maatregelen te nemen. Wilt u meer weten over het opmaken van een koopcontract? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: KNB-bericht 14/5/2019.

Gepubliceerd: 29 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Statutaire blokkeringsregeling houdt niet altijd stand

De blokkeringsregeling in statuten van bv’s is bedoeld regeling om te voorkomen dat aandelen worden verkocht zonder eerst mede-aandeelhouders in de gelegenheid te stellen de aandelen over te nemen. Die blokkering houdt echter niet altijd stand. Dat bleek onlangs uit een uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden in een zaak waarin wegens een onbetaalde schuld beslag was gelegd op aandelen. De statutaire blokkeringsregeling kan terzijde worden gesteld als deze onredelijk vertragend werkt. In dit geval prevaleerde belang van de schuldeiser bij snelle executie boven het belang van de schuldenaar en zijn medeaandeelhouders. Op grond van de wet moet de rechtbank bepalen hoe en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht moet plaatsvinden, met inachtneming van de wettelijke en statutaire bepalingen daarover. In de wet staat ook dat de rechter bij executoriaal beslag deze regels terzijde mag stellen. Dat mag de rechter alleen als de belangen van de schuldeiser hiermee gediend worden en die van anderen niet onevenredig worden geschaad. Een blokkeringsregeling is een grote hindernis bij een executoriale verkoop. Dat geldt te meer als in de blokkeringsregeling ook een verplichting is opgenomen dat bij het ontbreken van een bod door een derde, de prijs van de aandelen moet worden vastgesteld door één of meer deskundigen en daarna de medeaandeelhouders de aandelen kunnen kopen. In dit traject gelden allerlei termijnen, zodat de schuldeiser een steeds grotere kans loopt zijn vordering niet te kunnen innen. Die heeft daarom groot belang bij het terzijde stellen van de blokkeringsregeling om zo snel mogelijk tot verkoop en levering van de verpande aandelen over te kunnen gaan. Wilt u meer weten over de houdbaarheid van de blokkeringsregeling in statuten? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Opmaat 9/5/19 2019/177 ECLI:NL:GHARL:2019:3169.

Gepubliceerd: 29 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Partneralimentatie wordt beperkt!

Na de Tweede Kamer, heeft nu ook de Eerste Kamer op 21 mei 2019 ingestemd met het wetsvoorstel herziening partneralimentatie. De nieuwe wet beperkt de duur van de alimentatie voor de partner na echtscheiding. De regeling voor kinderalimentatie wordt niet gewijzigd. De nieuwe regels gaan vanaf 1 januari 2020. Voor iedereen die na die datum gaat scheiden is de partneralimentatie maximaal vijf jaar, in plaats van twaalf jaar. Voor echtparen die voor die tijd uit elkaar gaan, blijven de huidige regels gelden. Lopende alimentatieverplichtingen worden niet geraakt door de nieuwe wet. Door de nieuwe regel zal de duur van de partneralimentatie de helft worden van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar. Daarop zijn in de nieuwe wet twee uitzonderingen gemaakt, namelijk voor langdurige huwelijken en huwelijken waarbij er nog jonge kinderen zijn bij de scheiding. Bij huwelijken die langer dan vijftien jaar geduurd hebben en waarbij de leeftijd van de alimentatiegerechtigde ten hoogste tien jaar lager is dan de AOW-leeftijd, wordt de duur van de partneralimentatie maximaal tien jaar. Alimentatiegerechtigden van vijftig jaar en ouder die langer dan vijftien jaar zijn getrouwd, hebben recht op tien jaar alimentatie. Deze extra maatregel vervalt na zeven jaren. Bij huwelijken met kinderen jonger dan twaalf jaar wordt de duur van de partneralimentatie gekoppeld aan de leeftijd van het jongste kind; wanneer het kind twaalf jaar wordt, eindigt de alimentatieverplichting. Na de wettelijke termijn stopt de betalingsverplichting automatisch. De partneralimentatie stopt ook als degene die de partneralimentatie ontvangt zelf weer genoeg inkomsten heeft om van te leven, met een ander trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat, gaat samenwonen, of overlijdt. In het voorstel is een hardheidsclausule voor schrijnende gevallen opgenomen en is voorzien in overgangsrecht. Bron: www.eerstekamer.nl.

Gepubliceerd: 29 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Hoge Raad creëert nieuwe mogelijkheid van vergoedingsrechten tussen samenwoners

Voor samenwoners is in de wet niet veel geregeld. Waar voor gehuwden direct na het ja-woord een heel scala aan regels van toepassing wordt, moet de samenwoner alles zelf regelen. Gelukkig doen veel samenwoners dat in een samenlevingscontract. Een onderdeel van een samenlevingscontract, kan een afspraak zijn hoe de partners om willen gaan met ongelijke inbreng, in bijvoorbeeld de woning van het stel. Is de woning van beide partners, dan spreken zij meestal af dat zij de aanschaf en verbouwingen samen betalen, in dezelfde verhouding als waarin zij eigenaar zijn. De hypotheekrente is vaak onderdeel van de huishoudkosten en die betalen zij meestal naar rato van inkomen, of ieder de helft. Als één van de partners meer geld in de woning steekt, kan daarover in een samenlevingscontract een afspraak worden vastgelegd zodat duidelijk is welk bedrag bij scheiding of verkoop moet worden teruggegeven aan de inbrenger. Onlangs speelde er een geval bij de Hoge Raad, Nederlands hoogste rechtscollege. Een stel samenwoners leefde samen zonder samenlevingscontract. De man was eigenaar van de woning, maar de vrouw had een verbouwing van zijn woning gefinancierd. Toen zij uit elkaar gingen wilde de vrouw haar geld terug. Nu de partners geen samenlevingscontract hadden en ook over de verbouwing geen andere overeenkomst hadden gesloten, er geen stilzwijgende afspraken waren gemaakt en er geen regeling in de wet staat die soelaas biedt, zag het er somber uit voor de vrouw. Toch concludeert de rechter dat de vrouw een vordering zou kunnen hebben in verband met de bijzondere omstandigheden van het geval, voortvloeiend uit de eisen van redelijkheid en billijkheid. Omdat de vrouw in dit geval geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd kan de rechter haar niet helpen, maar in volgende gevallen zou het zomaar kunnen zijn dat dit vonnis van de Hoge Raad samenwoners kan helpen. Toch raden wij u aan het niet zover te laten komen. Een procedure is tijdrovend, kostbaar en beslist niet goed voor uw gemoedsrust. Kom gerust een langs op ons kantoor, dan bespreken we onder het genot van een kopje koffie hoe we een dergelijke ongelijke inbreng op papier kunnen zetten. U zult dan – ook als u voor altijd bij elkaar blijft! – plezier hebben van het geruste gevoel dat u het goed heeft geregeld. Bron: HR 10 mei 2019, nr. 18/00773 (ECLI:NL:HR:2019:707).

Gepubliceerd: 22 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Executeur moest kosten zelf betalen

Een executeur kan doorgaans de kosten die hij maakt ten laste van de nalatenschap brengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan kosten voor benzine, als hij veel kilometers moet maken. Onlangs was er een executeur die een advocaat inschakelde in verband met een procedure tegen een dreigende wijziging van de bestemming van een perceel dat tot de nalatenschap behoorde. De erfgenamen gaan procederen tegen de executeur omdat zij vinden dat de executeur deze advocaatkosten zelf moet betalen. Zij krijgen geen gelijk van de rechter. Maar vervolgens vindt de executeur dat – nu hij in het gelijk gesteld is] – hij onterecht advocaatkosten heeft moeten maken om zich tegen de erfgenamen te verweren. Het Hof geeft de executeur geen gelijk. Gelet op zijn functie als executeur en de daarbij horende taken had de executeur het ontstaan van deze kosten kunnen voorkomen door zijn functie van executeur naar behoren te vervullen of indien dat voor hem niet mogelijk was ontslag te nemen. Doordat in dit geval de executeur zijn taken niet naar behoren vervulde, waren de erfgenamen genoodzaakt in rechte nakoming daarvan te vorderen. De les voor executeurs is, dat zij zich bij aanvang van hun taak, maar ook tijdens de rit steeds af moeten vragen of zij hun taak nog kunnen overzien. Ook bij het maken van een testament is het goed om met uw beoogd executeur te bespreken, of hij of zij zich tegen de executeurstaak opgewassen voelt. Wij raden u aan om zeker eens in de vijf jaar met uw executeur om tafel te gaan zitten, dan komt de executeur bij overlijden niet voor verrassingen te staan. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 23 april 2019, nr. 200.182.284 (ECLI:NL:GHARL:2019:3552).

Gepubliceerd: 22 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Boetebeding in koopcontract verdraagt geen twee boetes naast elkaar

De meeste koopcontracten voor huizen bevatten een boetebeding met een boete van tien procent van de koopprijs. Vaak is daaraan een bepaling toegevoegd dat onder de in die bepaling omschreven omstandigheden de koper ook nog eens drie promille van de koopprijs per dag risico loopt. Het Hof Den Haag heeft geoordeeld dat de verkoper in voorkomende gevallen slechts aanspraak mag maken op een van beide, naar eigen keuze. Voor het Hof is in dat oordeel het criterium van redelijkheid en billijkheid van toepassing. Na ingebrekestelling van de koper, nalatigheid van de koper gedurende acht dagen nadien én de eis van nakoming door de koper kan de verkoper een keuze maken op welke van de twee boetes hij of zij aanspraak wil maken. De verkoper kan geen aanspraak maken op beide boetes naast elkaar. Daarmee wordt voorkomen dat de verkoper – al weet hij dat de koper niet kan nakomen – eerst nakoming verlangt en daarna met een ruime tussenperiode het contract te ontbinden om twee boetes te kunnen incasseren. Wilt u meer weten over boetebedingen in koopcontracten? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Opmaat 2/5/19 2019/0375 ECLI:NL:GHSHE:2018:5067.

Gepubliceerd: 22 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Bestuurder bv loopt privé risico bij foute aangifte omzetbelasting bv

Een fout in een aangifte omzetbelasting kan grote gevolgen hebben voor bestuurders van vennootschappen. Dat bleek onlangs maar weer bij een zaak die voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant diende. Privéaansprakelijkheid van bestuurders komt aan de orde als er sprake is van grove schuld van de vennootschap als die te weinig omzetbelasting heeft betaald. De zaak waarover de rechtbank zich moest uitspreken betrof de gang van zaken waarin een bv een aantal nihilaangiften heeft gedaan, gevolgd door een schriftelijke melding van betalingsonmacht, en daarna een suppletieaangifte over een eerder jaar. Als het feit dat de verschuldigde omzetbelasting hoger is dan waarvoor aangifte is gedaan, rijst de vraag of dat aan de vennootschap te verwijten valt. Als het antwoord daarop positief is, is er ook geen rechtsgrond voor het melden van betalingsonmacht en kan er sprake zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Dat is een reden om bestuurders persoonlijke aansprakelijk te stellen. In deze zaak vond de rechtbank dat de belastinginspecteur voldoende bewijs had geleverd voor het aannemelijk maken van grove schuld van de vennootschap, aangezien er bedragen mee gemoeid waren die een bestuurder niet zo maar over het hoofd ziet. De oorzaak daarvan is voor de rechter niet relevant. De aansprakelijkheidsstelling van de bestuurder was in dit geval terecht. Wilt u meer weten over de risico’s die u kunt vermijden in de verschillende rechtsvormen die voor uw onderneming relevant zijn? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Taxence 5/4/19.

Gepubliceerd: 15 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Ouderlijk huis taxeren na overlijden een van de ouders

Om later geen gedoe te krijgen over de erfenis, kan het geen kwaad om direct na het overlijden van de eerste van beide ouders het ouderlijk huis te laten taxeren. Zonder taxatie ontstaat na het overlijden van de langstlevende ouder onduidelijkheid over de waarde destijds. Die waarde is mede bepalend voor de omvang van de toenmalige erfenis. Bij het overlijden van de eerste ouder ontstaat meestal een niet-opeisbare geldvordering voor de kinderen op de langstlevende ouder. Bijna nooit wordt er dan een boedelbeschrijving gemaakt en soms wordt ook geen aangifte successierecht gedaan. De problemen ontstaan als de langstlevende ouder in zijn of haar testament (later) een andere samenstelling van erfgenamen aanwijst in vergelijking met de nalatenschap van zijn of haar overleden partner. Dan is de basis gelegd voor onenigheid over de hoogte van de geldvordering die de erfgenamen bij de eerste nalatenschap hebben verkregen. Het geschil spitst zich dan toe op de waarde van het huis bij het eerste overlijden. Het Hof Den Haag heeft hierover bepaald dat bij het berekenen van de waarde van het huis destijds moet worden uitgegaan van de hoogst mogelijke waarde. De toenmalige WOZ-waarde is dan niet altijd bepalend, zeker niet als die dateert uit de tijd dat de WOZ-waarde een keer per vijf jaar vastgesteld werd. Als de waarde dan geruime tijd na het eerste overlijden moet worden vastgesteld, is dat nogal complex omdat er in de praktijk altijd wel wat aan te merken valt op een deskundigenbericht. Dat is volgens het hof het risico dat de erfgenamen in deze omstandigheden zelf hebben genomen en daarmee voor hun eigen risico. Het Hof Den Haag vroeg in een dergelijk geval drie deskundigen hun waardevisie hebben gegeven. Op basis daarvan heeft het hof in dat geval waarde van de woning vastgesteld. Die waarde gold als uitgangspunt voor de berekening van de erfdelen in de nalatenschap van de eerstoverleden ouder. Wilt u meer weten over de bepalingen rond onroerend goed in een nalatenschap? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Opmaat 30/4/19.

Gepubliceerd: 15 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Langstlevendentestament, stel de erfdelen vast!

Als vader en moeder een langstlevendentestament hebben gemaakt, krijgen de kinderen daarmee te maken zodra de eerste ouder komt te overlijden. Het gezin is niet klaar met het enkele feit dat er een testament is. De notaris zal nog een verklaring van erfrecht moeten afgeven waaruit blijkt wie de erfgenamen en de executeur zijn. Met deze verklaring kan de langstlevende of de executeur bij banken en andere organisaties aantonen dat hij bevoegd is om de erfenis af te wikkelen. In geval van een langstlevendentestament krijgen de kinderen hun erfdeel nog niet uitbetaald. Zij krijgen een niet-opeisbare geldvordering op hun langstlevende ouder. De geldvordering is pas opeisbaar als de langstlevende ook komt te overlijden. Meestal komt het erop neer dat de kinderen bij het overlijden van de laatste ouder het vermogen in gelijke porties delen. Toch is het voor de erfbelasting zinvol om de erfdelen van de kinderen bij het eerste overlijden te laten uitrekenen en vastleggen in een akte. Over deze erfdelen hoeft bij het tweede overlijden namelijk niet opnieuw erfbelasting te worden betaald. Als niet alle kinderen in het testament van de eerste en laatststervende ouder hetzelfde zijn, kan het lastig worden bij het overlijden van de laatste ouder. Dit komt voor bij samengestelde gezinnen, maar ook als de laatststervende ouder een kind heeft onterfd. Omdat de groep erfgenamen bij het eerste en tweede overlijden niet hetzelfde is, kan het vermogen niet simpelweg worden gedeeld. Er ontstaat dan vaak onenigheid over het bedrag waar de kinderen die bij het eerste overlijden in het testament stonden, recht op hebben. Als er veel tijd tussen het eerste en tweede overlijden zit is het vaak erg moeilijk om achteraf nog precies vast te stellen waar de erfenis destijds uit bestond en hoeveel alles waard was. Het hof in Den Haag moest onlangs oordelen over een zaak waarin bij het overlijden van vader in 1999 de kinderen de erfdelen niet hebben vastgesteld. Bij het tweede overlijden blijkt de moeder niet alle kinderen, maar één dochter te hebben benoemd tot erfgenaam. Omdat de familie de woning destijds niet heeft getaxeerd moeten zij twintig jaar later nog overeenstemming bereiken over de waarde. Ze hebben er helaas een rechtszaak voor nodig gehad. De rechter heeft uiteindelijk drie deskundigen aangesteld om de waarde van twintig jaar terug te bepalen. De kosten van de procedure en de drie deskundigen zal een veelvoud zijn geweest van de kosten van het aanstellen van één taxateur in 1999. Om dit soort ruzies te voorkomen is het erg belangrijk om bij het eerste overlijden de erfdelen direct uit te rekenen en te laten vastleggen in een notariële akte. Kunt u onze hulp gebruiken? Bel dan gerust voor het maken van een afspraak. Bron: Hof Den Haag 18 december 2018, nr. 200.165.443/01 (ECLI:NL:GHDHA:2018:3850).

Gepubliceerd: 15 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Ouder-kindtransactie zonder huurbetaling afgestraft

Als een ouder de eigen woning aan het kind over heeft gedragen, maar zelf in de woning blijft wonen, moet de ouder huur betalen aan het kind. Gebeurt dat niet dan zal het kind bij overlijden van de ouder erfbelasting moeten betalen. De Successiewet bepaalt dat de ouder een genot van een vruchtgebruik heeft indien hij tegenover het genot dat hij van de woning heeft, niet jaarlijks daadwerkelijk een bedrag betaalt dat ten minste gelijk is aan 6% van de WOZ-waarde van de woning. Onlangs moest het hof in Den Haag oordelen over een vergelijkbaar geval. Een moeder is na de overdracht van haar woning aan haar kind, in de woning blijven wonen. Daardoor had zij genot van de woning in de zin van de Successiewet. Tevens heeft moeder voor dat (woon)genot geen 6% van de WOZ-waarde betaald aan haar kind. Volgens het hof is daarmee voldaan aan de voorwaarden van artikel 10 van de Successiewet. Tevens is naar het oordeel van het hof het gebruik van de woning door moeder ten laste gekomen van haar kind nu het kind daardoor niet het exclusieve gebruik had van de woning. Het kind moet bij het overlijden van de moeder erfbelasting betalen over een deel van de waarde van de woning. Wilt u meer weten? Bel gerust met ons kantoor voor meer informatie. Bron: Hof Den Haag 26 april 2019, nr. BK-18/00490 (ECLI:NL:GHDHA:2019:992).

Gepubliceerd: 08 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Nalatenschap voor echtgenoot of vroegere vlam

Een testament is niet voor het leven. Soms moet een testament aangepast worden. Vaak is dat nodig bij veranderende omstandigheden in het leven van de mens, zoals trouwen, kinderen krijgen, een wijziging in het vermogen of relatievorm. Vooral bij echtscheiding is het zinvol om een oud testament te laten nakijken. Onlangs speelde er een geval bij de rechtbank in Den Haag waarbij iemand was overleden met een heel oud testament. In het oude testament was de echtgenoot nog tijdens het huwelijk onterfd en de nieuwe vlam tot enig erfgenaam benoemd. Na de echtscheiding eindigde ook de relatie met de nieuwe partner. Zonder het testament te wijzigen trouwt degene die het testament had gemaakt jaren later met iemand anders. Als hij overlijdt ontstaat er ruzie. De langstlevende echtgenoot en de voormalige partner vinden beiden dat zij erfgenaam zijn. Rechtbank Den Haag gaat ervan uit dat degene die het testament heeft gemaakt niet heeft gewild dat de ongehuwde partner zoveel jaren na het einde van hun relatie nog zou erven. Volgens de rechtbank is het de bedoeling dat de langstlevende echtgenoot enig erfgenaam is. Heeft u een testament en zijn uw omstandigheden inmiddels veranderd? Voorkom ruzie en procedures voor uw nabestaanden en maak tijdig een aanpassing. Wij zijn u graag van dienst. Bron: S.C. den Engelse, Tijdschrift Erfrecht, 2019, nr. 2, Rechtbank Den Haag 15 augustus 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:14847.

Gepubliceerd: 08 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

Vijfjaarstermijn bedrijfsopvolging niet flexibel

Bedrijfsopvolging via een schenking van alle aandelen is een prima start voor de nieuwe ondernemer. De geschonken aandelen moeten dan op het moment van schenking wel meer dan vijf jaar in het bezit van de schenkers (ouders) zijn. Als er ook deelnemingen (indirecte belangen) in de overgenomen holding zitten, die minder dan vijf jaar geleden zijn aangekocht, tellen die aandelen niet mee in de regeling. Uiteindelijk is in een geschil voor de rechter de bezitseis van vijf jaar van doorslaggevend belang. Het maakt dan niet uit of de activiteiten van de deelnemingen direct in het verlengde liggen van de overgenomen onderneming. De bezitseis moet worden toegepast voor elke objectieve onderneming en gedeelten daarvan. Daarmee wordt voorkomen dat privé- of beleggingsvermogen op een simpele manier kan worden omgezet in vrijgesteld ondernemingsvermogen. Wilt u meer weten over de mogelijkheden en beperkingen van de bedrijfsopvolgingsregeling? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Opmaat 22/4/19 2019/0094 ECLI:NL:RBZWB:2018:6631.

Gepubliceerd: 08 May 2019
Copyright: Sdu © 2019

VvE's en sportorganisatie onder loep bij fiscus

2019 is voor de Belastingdienst het jaar van strenger toezicht op Verenigingen van Eigenaars (VvE's) en stichtingen en verenigingen in de sportbranche. De fiscus wil hiermee onbeschreven stichtingen en verenigingen controleren op hun belastingplicht. Deze zogenaamde stivers gaan er vaak van uit dat zij niet belastingplichtig zijn omdat in hun oprichtingsakte geen winstoogmerk is opgenomen. Echter, dat geldt niet als zij zich bezig houden met economische activiteiten. Het komt nogal eens voor dat deze instellingen toch activiteiten ondernemen, waaruit een belastingplicht voor loonheffing, omzetbelasting of vennootschapsbelasting voortvloeien. Het gaat dan bijvoorbeeld om fondswerving. De fiscus wil met de extra controle oneerlijke concurrentie met het bedrijfsleven te lijf gaan. Als er belastingplicht wordt geconstateerd, hoeft dat nog niet te leiden tot belastingheffing. Er kan namelijk sprake zijn van vrijstellingen, zoals de vrijwilligersregeling waarin is geregeld een vrijwilliger (in 2019) onbelast maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar mag ontvangen. De vrijwilligersregeling is echter niet van toepassing als stichting of vereniging vennootschapsbelasting moet betalen, maar voor sportorganisaties en Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) geldt deze regel weer niet. De sportvrijstelling voor fondsenwerving door sportorganisatie kent een beperking om concurrentieverstoring te voorkomen. De beperking heeft betrekking op leveringen tot € 68.067 en diensten tot € 50.000. Wilt u meer weten over de fiscale mogelijkheden en risico’s bij uw organisatie? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Taxlive 10/4/19.

Gepubliceerd: 30 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Rechtspersoon ontbonden, hypotheek vervallen

Soms zitten hypotheken ingewikkeld in elkaar. Zo kan het voorkomen dat iemand (of een onderneming) een pand in eigendom heeft met daarop een hypotheekrecht gevestigd voor alles wat de bank te vorderen heeft van aan die persoon of rechtspersoon gelieerde rechtspersonen. Het kan dan net zo goed voorkomen dat die gelieerde rechtspersonen zijn ontbonden en niet meer bestaan omdat er geen bekende baten meer aanwezig waren. De vraag is of het hypotheekrecht dan nog steeds bestaat. Een niet meer bestaande rechtspersoon heeft ook geen verplichtingen meer. Dat leidt ertoe dat ook het daarmee verbonden vorderingsrecht van schuldeisers niet meer bestaat. Dat zou alleen anders kunnen zijn als er aanleiding is om de vereffening te heropenen. Een achteraf blijkend zekerheidsrecht voor een vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon is geen grond voor heropening van de vereffening. Zonder vorderingsrecht waarvoor het hypotheekrecht kan dienen, is het vorderingsrecht tenietgegaan. Met andere woorden, het hypotheekrecht is tenietgegaan omdat de gelieerde rechtspersonen niet meer bestaan. Wilt u meer weten over hypotheekrecht en daarmee samenhangende vorderingen op gelieerde rechtspersonen? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Opmaat 15/4/2019 2019/0089 ECLI:NL:RBAMS:2019:1883.

Gepubliceerd: 30 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Mentor beslist over de verblijfplaats

Als iemand door geestelijke of lichamelijke problemen tijdelijk of langere tijd niet in staat is zijn eigen belangen te behartigen dan kan er via de rechter een bewindvoerder en/of een mentor aangesteld worden. De bewindvoerder beslist over de vermogensrechtelijke belangen, zoals het beheer van de bankrekeningen, het betalen van nota’s, het doen van belastingaangifte en het aangaan van huurovereenkomsten of verkoop van een woning. De mentor gaat juist over de niet-vermogensrechtelijke belangen, waarbij u moet denken aan beslissingen met betrekking tot de verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding van iemand. De bewindvoering en het mentorschap kunnen tezamen bij één persoon neergelegd worden, maar deze taken kunnen ook door twee verschillende personen uitgevoerd worden. Onlangs speelde er een geval bij Rechtbank Limburg waarbij werd betwist of de mentor wel mocht bepalen of de betrokkene bij haar vader, moeder, grootouders of in de dagopvang zou verblijven. Maar de rechter oordeelde dat dit zeker onder de taak van de mentor valt. Wilt u meer weten over een bewindvoering of mentorschap dan kunt u vanzelfsprekend bij ons terecht. Bron: Rechtbank Limburg 22 oktober 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10159.

Gepubliceerd: 30 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Ontbonden stichting loopt erfenissen mis

Het komt regelmatig voor dat in een oud testament een goededoelinstelling wordt genoemd die niet meer bestaat. Het testament kan dan niet uitgevoerd worden zoals de overledene had gewild. Onlangs kreeg de rechtbank in Den Haag het verzoek om de afwikkeling van een stichting te heropenen, omdat de stichting na ontbinding al meerdere malen aangewezen bleek te zijn als erfgenaam of legataris. De rechter wees het verzoek tot heropening af, omdat die mogelijkheid in de wet eigenlijk niet is bedoeld voor later opgekomen erfenissen en legaten. Om te voorkomen dat er stichtingen of andere instellingen in uw testament niet meer bestaan is het zinvol om uw testament met enige regelmaat te herzien. Daarnaast kunt u in uw testament al anticiperen op de toekomst, door de stichting of diens rechtsopvolger te benoemen in uw testament. Dan krijgt de opvolgende stichting de erfenis. Ook is het mogelijk om zelf al een opvolgende erfgenaam aan te wijzen, voor het geval een stichting op het moment van uw overlijden niet meer bestaat. Wilt u meer weten over de mogelijkheden om uw testament up-to-date te houden? Bel gerust eens met ons kantoor om een afspraak te maken. Bron: Rb. Den Haag 12 februari 2019, nr. C/09/552892 / HA RK 18-237 (RBDHA:2019:1725).

Gepubliceerd: 24 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Contante gift niet langer aftrekbaar

De mogelijkheid om fiscaal vriendelijk te schenken aan goede doelen gaat wijzigen. De staatssecretaris van Financiën wil contante giften via bijvoorbeeld de collectebus niet langer aftrekbaar laten zijn. Dit komt vooral doordat de controle of de gift wel is gedaan voor de Belastingdienst moeilijk uit te voeren is. Daarnaast gaat de belastingdienst de aftrek van giften aan Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI-organisaties) anders organiseren. Organisaties die een ANBI-status hebben gekregen van de belastingdienst ontvangen hun donaties vrij van schenk-en erfbelasting. De gulle gevers aan een ANBI mogen hun donaties in aftrek brengen voor de inkomstenbelasting. Nu nog mogen donateurs zelf hun giften op hun aangifteformulier voor inkomstenbelasting vermelden om deze af te trekken. Daar werden vaak onvolledige of onjuiste gegevens vermeld. In de toekomst zijn alleen de goede doel organisaties die in het ‘slimme invulscherm’ van de Belastingdienst voorkomen toegestaan. Staat het goede doel niet in de lijst dan kan de gift niet afgetrokken worden. Zo wordt het makkelijker voor de donateur om te zien of zijn gift afgetrokken kan worden en de fiscus kan makkelijker controleren of de giften daadwerkelijk aan een ABNI-organisatie zijn toegekomen. Bron: Kamerstukken II, 2018/19, 35026, nr. 6.

Gepubliceerd: 24 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Private lease heeft invloed op maximaal hypotheekbedrag

Private lease van auto’s heeft inmiddels een grote vlucht genomen. In de praktijk blijkt dat veel privateleaserijders niet beseffen dat deze constructie meetelt bij de berekening van hun maximale hypotheekbedrag als zij een huis willen kopen. Het financiële onderdeel van leasecontracten wordt geregistreerd bij het Bureau Kredietregistratie (BKR). De verplichtingen die voortvloeien uit het contract worden meegeteld als u een hypotheek gaat afsluiten. Volgens de Hypotheker kan het negatieve effect op het leenbedrag oplopen tot enkele tienduizenden euro’s. Bij het bepalen van het maximale hypotheekbedrag spelen ook nog andere contracten een rol. Een voorbeeld daarvan zijn telefoonabonnementen met een af te betalen telefoon in het maandbedrag. Wilt u meer weten over het afsluiten van een hypotheek en het goed vastleggen daarvan? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Taxlive 29/3 / Hypotheker

Gepubliceerd: 17 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Autoriteit Persoonsgegevens niet overtuigd van noodzaak aandeelhoudersregister

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is op een aantal belangrijke punten nog niet overtuigd van de noodzaak van het instellen van een centraal aandeelhoudersregister (CAHR). Dit schrijft de privacy-waakhond in een advies aan de Tweede Kamer. De autoriteit adviseert de procedure niet voort te zetten, tenzij deze punten genoeg zijn weerlegd. Indien de procedure wordt voortgezet, adviseert de autoriteit nog rekening te houden met een aantal opmerkingen over de vormgeving van het wetsvoorstel. De autoriteit onderkent het belang om financieel-economische criminaliteit aan te pakken. Het instellen van een CAHR betekent echter ook een inbreuk op de privacy van natuurlijke personen die aandeelhouder zijn. Uit oogpunt van privacy dient het wetsvoorstel volgens de autoriteit daarom goed te zijn overwogen en goed te worden onderbouwd. De autoriteit adviseert onder meer om nader in te gaan op de evenredigheid tussen de privacy-inbreuk en het nagestreefde doel. Effectiviteit De autoriteit acht aannemelijk dat het tientallen jaren zal duren voordat het CAHR volledig is. De autoriteit ziet hierin zodanige risico’s voor de effectiviteit dat mogelijk ook afbreuk wordt gedaan aan de noodzaak van het instellen van het register en adviseert in het licht hiervan nader in te gaan op de effectiviteit van het CAHR. Verder blijkt volgens de autoriteit uit de memorie van toelichting niet waarom het noodzakelijk is dat ook aandeelhouders met een (zeer) klein aandeelhoudersbelang worden geregistreerd. Zij adviseert om in te gaan op de noodzaak hiervan of het wetsvoorstel op dit punt aan te passen. Vraagtekens De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) plaatst vraagtekens bij het advies. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel, Tweede Kamerleden Henk Nijboer (PvdA) en Mahir Alkaya (SP), hebben in de memorie van toelichting immers uitvoerig uiteen gezet waarom het CAHR een effectief en doelmatig middel is om financieel-economische criminaliteit aan te pakken en waarom het van belang is ook kleinere aandelenbelangen te registreren. Bovendien is het CAHR een besloten register dat slechts voor bepaalde partijen toegankelijk is. De Tweede Kamer heeft over het wetsvoorstel diverse vragen gesteld. Deze liggen momenteel voor beantwoording bij de initiatiefnemers. De KNB is voor invoering van het CAHR als belangrijk hulpmiddel bij de voorkoming en bestrijding van fraude en witwassen. Het heeft een belangrijke toegevoegde waarde ten opzichte van het UBO-register. UBO-register Donderdag is het wetsvoorstel voor het implementeren van een UBO-register bij de Tweede Kamer ingediend. Dit register treedt vanaf januari 2020 in werking. Ondernemingen en rechtspersonen zijn vanaf 2020 verplicht om hun UBO’s (ultimate beneficial owners) te registreren bij de Kamer van Koophandel. Een deel van deze persoonsgegevens, zoals de naam en het economisch belang van de UBO, wordt via het UBO-register openbaar. Ook over dit wetsvoorstel heeft de autoriteit een advies uitgebracht, waarin zij aangeeft dat dit wetsvoorstel geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Bron: KNB persbericht 5-4-2019.

Gepubliceerd: 17 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Transgenders kunnen geslachtsregistratie eenvoudiger wijzigen

Nu is het nog zo dat transgenders een deskundigenverklaring van een psycholoog of arts nodig hebben om de vermelding van het geslacht op hun geboorteakte aan te laten passen. Dat gaat wijzigen. De deskundigenverklaring wordt vervangen door een verklaring van betrokkene zelf. Er komt straks een procedure in twee stappen. De aanvrager meldt eerst bij de gemeente zijn of haar wens om de geslachtsregistratie te wijzigen. Na vier weken moet de aanvrager zijn wensen persoonlijk aan de ambtenaar van de burgerlijke stand bevestigen, en wordt de geboorteakte aanpast. Jongeren onder de zestien jaar moeten het wijzigingsverzoek via de rechter indienen. Bron: Nieuwsbericht Ministerie van Justitie en Veiligheid, 10 april 2019.

Gepubliceerd: 17 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Onderzoek naar gedifferentieerde overdrachtsbelasting

De Tweede Kamer vraagt het kabinet een verkenning uit te voeren naar een gedifferentieerde overdrachtsbelasting. De notaris int de overdrachtsbelasting en betaalt deze vervolgens aan de Belastingdienst. De beroepsorganisatie van notarissen KNB wil bij de verkenning betrokken worden. Tweede Kamerleden Carla Dik-Faber (CU) en Erik Ronnes (CDA) hebben een op 19 maart unaniem door de Kamer aangenomen motie ingediend. In deze motie wordt de regering verzocht de mogelijkheden van een gedifferentieerde overdrachtsbelasting te verkennen. Hierbij worden starters vrijgesteld van overdrachtsbelasting en krijgen beleggers vanaf de derde woning te maken met een hoger tarief. Sympathiek De KNB schuift graag aan bij deze verkenning. De beroepsorganisatie vindt de motie sympathiek. Wel moeten burgers en bedrijven ruim voor de verkrijging van een onroerende zaak zekerheid hebben over het verschuldigde overdrachtsbelastingtarief. Ook vindt de KNB het belangrijk dat de overdrachtsbelasting voor notarissen uitvoerbaar blijft, dus zonder hoge uitvoeringskosten. Bron: KNB 25 maart 2019.

Gepubliceerd: 10 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Blijft er wel wat over van de erfenis?

Veel mensen zijn bezorgd dat ze in een verzorgingshuis hun hele eigen vermogen moeten gebruiken voor de eigen bijdrage, en dat er niks overblijft om aan de kinderen na te laten. In Nederland betaalt de overheid de zorgkosten, maar in sommige gevallen moet u wel een eigen bijdrage betalen voor zorg. De eigen bijdrage is afhankelijk van inkomen en vermogen. Als uw inkomen hoog genoeg is om de eigen bijdrage te betalen is er niets aan de hand, en teert u niet in op uw vermogen. Is uw inkomen niet zo hoog maar heeft u vermogen of een eigen huis met overwaarde, dan kunt u wel te maken krijgen met een eigen bijdrage die hoger is dan het maandelijkse inkomen. U moet dan misschien interen op uw vermogen. Sinds kort is voor die groep mensen de situatie wel verbeterd door een hogere vrijstelling van het vermogen. Zekerheidshalve kunt u nog een optie inbouwen in uw testament om het vermogen te verlagen als u als langstlevende in een verzorgingshuis wordt opgenomen. U kunt de kinderen in die gevallen hun erfdeel laten opeisen, zodat de berekening van de eigen bijdrage lager kan uitvallen. Wilt u meer weten over deze mogelijkheid neem dan gerust contact op met ons kantoor. Bron: www.hetcak.nl, www.consumentenbond.nl/wlz.

Gepubliceerd: 10 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Levenstestament buiten werking gesteld

Als het maken van het levenstestament te lang wordt uitgesteld, is het soms te laat. Als iemand geestelijk niet meer voldoende in staat is om aan de notaris over te brengen wie volmacht moet krijgen, dan blijft alleen de optie van bewind en mentorschap nog over. Onlangs oordeelde de rechtbank Midden-Nederland over een dame die vóór het maken van het levenstestament de diagnose dementie had gekregen. Zij gaf vlak na de diagnose nog een volmacht in een levenstestament aan haar partner. Haar eigen kinderen uit een eerdere relatie en de partner stonden met elkaar op gespannen voet. De kinderen en de partner kregen onder meer strijd over de inschakeling van de thuiszorg, maar ook over financiële aangelegenheden, die deels ook de eigen financiële belangen van de partner raken. De rechter oordeelt dat de sfeer van wantrouwen niet in het belang is van de dementerende dame en daarnaast is niet duidelijk of zij bij het geven van de volmacht daar nog wel toe in staat was. De rechter gaat niet mee in de voorkeur uit het levenstestament om de partner te benoemen tot bewindvoerder en wijst een professionele bewindvoerder en mentor aan. Wilt u voorkomen dat de rechter uw levenstestament buiten werking stelt? Zorg er dan voor dat u het levenstestament tijdig regelt, zodat er geen twijfels kunnen ontstaan of u daar nog toe in staat was. Wij nemen de mogelijkheden graag met u door. Bron: Rechtbank Midden-Nederland 14 maart 2019, nrs. 7380559 AT VERZ 18-804 e.a. (ECLI:NL:RBMNE:2019:1113).

Gepubliceerd: 10 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Kerkenvrijstelling ozb kent grenzen

Het was te proberen, een vrijstelling onroerendezaakbelasting (ozb) aanvragen door een spirituele instelling die zich richt op persoonlijke groei en bezinning. Bij de beoordeling daarvan spelen echter meer aspecten dan alleen spiritualiteit. Hof Den Haag heeft hierover onlangs geoordeeld. Uit het vonnis blijkt dat de kerkenvrijstelling in de ozb niet geldt voor spirituele activiteiten die persoonlijke groei en bezinning omvatten. Om voor de kerkenvrijstelling in aanmerking te komen moet er sprake zijn van een meeromvattende levensovertuiging, die mede worden gekenmerkt door openbare erediensten of bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard. Het hof ontkent om die reden dan ook dat er sprake zou zijn discriminatie op basis van levensovertuiging. Met deze uitspraak is een heldere scheidslijn getrokken. Wilt u meer weten over de mogelijkheden om in aanmerking te komen voor ozb-vrijstelling? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Taxlive 21-3-19 ECLI:NL:GHDHA:2019:547.

Gepubliceerd: 03 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Waarschuwing voor de kinderen in uw testament

Veel ouders maken een zogenaamd langstlevendentestament. Het is een prima middel om te zorgen dat de langstlevende ongestoord gebruik kan blijven maken van het vermogen, terwijl de kinderen moeten wachten op hun erfdeel tot het tweede overlijden. Voor de kinderen kan er een addertje onder het gras zitten. De langstlevende blijft de erfdelen van de kinderen bij het eerste overlijden schuldig aan de kinderen. Soms loopt er zelfs een rente op. Als de langstlevende vervolgens komt te overlijden moeten uit diens nalatenschap eerst de schulden aan de kinderen vanwege het eerste overlijden afgelost worden. Heeft de langstlevende ingeteerd op het vermogen dan is er soms niet meer genoeg om die schulden aan de kinderen uit te keren. Dit laatste is pas een echt probleem als er sprake is van kinderen uit verschillende relaties. De kinderen van de langstlevende realiseren zich dan vaak niet, dat zij de schulden van hun vader of moeder aan de kinderen uit het eerste huwelijk moeten betalen. Als zij de erfenis zuiver hebben aanvaard moeten ze deze schulden zelfs uit eigen portemonnee bijleggen, als de erfenis is opgemaakt. Kies daarom nooit zomaar voor zuivere aanvaarding, maar voor beneficiaire aanvaarding. Wat is het verschil? Een erfgenaam erft in principe bezittingen én schulden. Zijn de schulden groter dan de bezittingen, dan moet je de schulden als erfgenaam zelf betalen. Dit is te voorkomen door de erfenis beneficiair te aanvaarden. Je accepteert de erfenis dan alleen als na onderzoek het saldo positief blijkt te zijn. Het is ook mogelijk om een erfenis te verwerpen. In dat geval heb je niks meer met de erfenis te maken, maar heb je ook geen rechten als blijkt dat de nalatenschap toch een positief saldo heeft. Als een schuld onverwacht opduikt zijn erfgenamen daar tegenwoordig deels tegen beschermd. Je kunt dan soms nog via de rechter onder een volledige aanvaarding van de erfenis uit komen. Toch is voorkomen beter dan genezen. Maakt u namelijk een testament met een nieuwe partner, dan kunt u een expliciete waarschuwing in het testament opnemen die – als u als laatste overlijdt – de kinderen attendeert op het risico van aanwezige schulden aan kinderen uit de eerdere relatie van uw partner. Wilt u meer weten over een waarschuwing in uw testament? Wij spreken de mogelijkheden graag met u door. Bron: De Notarisklerk, 2019, nr. 1/2.

Gepubliceerd: 03 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019

Bestuurder bv? Bezint eer gij begint!

Het besturen van een onderneming is voor veel mensen een droom, voor sommige komt deze ook uit. Het kan echter ook een nachtmerrie worden. Ondernemingen kunnen namelijk ook schulden hebben waarvan betaling niet meer tot de mogelijkheden blijkt te behoren. Ook de nieuwe bestuurder kan daarvoor aansprakelijk gesteld worden. Als een dergelijke schuld al snel tot het faillissement van de bv leidt, zal de bestuurder zich moeten verantwoorden in het kader van zijn bestuurdersaansprakelijkheid. Of er sprake is van aansprakelijkheid, hangt ervan af of hij alleen bestuurder of juist feitelijk beleidsbepaler is geweest, en of hem onbehoorlijk bestuur te verwijten is. Zodra duidelijk wordt dat een bestuurder bestuurstaken heeft verricht en daar ook voor blijkt te zijn aangesteld, zeker ook omdat deze in het handelsregister als zodanig is ingeschreven, kan geen ander oordeel worden geveld dan dat hij of zij daadwerkelijk bestuurder is. Ook al is iemand dat in dat geval nog maar net, dan is er al sprake van aansprakelijkheid en kan de rechter hem of haar onbehoorlijk bestuur verwijten. Wie daartegen in geweer wil komen, moet aantonen dat andere feiten of omstandigheden dan onbehoorlijke taakvervulling tot het faillissement hebben geleid. Wilt u meer weten over de aansprakelijkheidsrisico’s van het besturen van een onderneming? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Opmaat 21-3-19 2019/58 ECLI:NL:GHARL:2019:1568.

Gepubliceerd: 03 Apr 2019
Copyright: Sdu © 2019