3.227.233.55
Zwart op wit

Actualiteit

Wetten en regels veranderen met grote regelmaat. Dat geldt ook voor uw persoonlijke situatie, uw bedrijf en de samenleving als geheel.

Batenburg Notarissen is op de hoogte van alle relevante ontwikkelingen en verdiept zich in uw situatie. Zo sluit onze advisering altijd aan op de actualiteit.

Nieuwsbrieven RSS

Executeur gaat zelf verbouwen

Een executeur wordt vaak aangesteld omdat hij deskundig is, maar soms ook om de lieve vrede tussen erfgenamen te bewaren of om voortvarend te werk te kunnen gaan. Toch is het niet bij iedereen bekend, dat een executeur niet helemaal op eigen houtje de nalatenschap kan afwikkelen. In de meeste gevallen heeft een executeur het zogenaamde beheer over de nalatenschap. Dat houdt in dat hij een boedelbeschrijving maakt en zorgt dat hij in kaart brengt welke schulden betaald moeten worden. Daarna zorgt hij ervoor dat de schulden uit de nalatenschap worden voldaan. Zelfstandig het huis verkopen is alleen mogelijk als hij de opbrengst nodig heeft om schulden, zoals bijvoorbeeld de hypotheek of legaten, te betalen. In andere gevallen is toestemming van de erfgenamen nodig. Naast zijn beheerstaak kan hij ook handelingen verrichten die geen uitstel kunnen leiden, bijvoorbeeld het dak laten repareren als er door lekkage grote schade zou ontstaan aan het huis van de overledene. De Rechtbank Den Haag moest onlangs oordelen over een executeur die zijn best had gedaan de seniorenwoning uit de nalatenschap te verkopen. Na een aantal jaren waarin het niet vlotte met de verkoop, laat de executeur de woning grondig verbouwen, in de hoop de verkoopbaarheid en de waarde te bevorderen. Hij voert echter vooraf geen overleg met zijn mede-erfgenamen. Voor de verbouwing gebruikt de executeur geld van de ervenrekening en een groot bedrag van zijn eigen geld. De rechter is het niet eens met de executeur, die vindt dat de verbouwingskosten helemaal uit de nalatenschap betaald moeten worden. De verbouwing is volgens de rechter geen handeling van beheer of één die geen uitstel kan lijden. De executeur had niet zonder overleg met de anderen mogen verbouwen. Hij moet de verbouwingskosten die hij uit de erfenis heeft betaald terugbetalen. De rechtbank vindt wel dat de executeur recht heeft op de waardevermeerdering van de woning. Maar de waardevermeerdering wordt – helaas voor de executeur – op een veel lager bedrag vastgesteld dan de totale verbouwingskosten. Deze executeur had zichzelf veel ellende kunnen besparen door bij aanvang van zijn taak een oriënterend gesprek met zijn notaris te voeren. De notaris had hem kunnen informeren over zijn taak en een plan van aanpak kunnen doorspreken. Wilt u meer weten over de taak van de executeur? Maak gerust een afspraak op ons kantoor. Bron: S.C. den Engelse, Tijdschrift Erfrecht, 2019, nr. 4.

Gepubliceerd: 18 Sep 2019
Copyright: Sdu © 2019

Vrijstelling overdrachtsbelasting voor starters op komst

De media hebben de afgelopen tijd bol gestaan van de problemen voor starters op de woningmarkt. Het kabinet lijkt nu het probleem echt te gaan aanpakken. De verwachting is dat er een vrijstelling voor starters op de woningmarkt komt voor de overdrachtsbelasting bij de aankoop van hun eerste eigen huis. De kosten hiervan komen op het bordje van beleggers, die een hogere overdrachtsbelasting gaan betalen. Vooralsnog is het voorstel om de overdrachtsbelasting voor starters op nul te zetten en beleggers 10% te laten betalen bij de overdracht van panden. Een alternatieve mogelijkheid om starters te ontlasten is het creëren van een uitgestelde aflossingsmogelijkheid van de hypotheek voor starters. Hiervoor moeten echter de regels voor het aflossen van hypotheken wel worden aangepast. Het is de vraag of het kabinet dat wil. Eén van de voorwaarden is namelijk dat een aanpassing wel uitvoerbaar moet zijn voor de Belastingdienst. Hulp van het Kadaster en het notariaat lijkt noodzakelijk, onder meer om vast te stellen of een koper starter is of juist belegger, die panden koopt om te gaan verhuren. Wilt u meer weten over het kopen van een huis en het bijbehorende percentage overdrachtsbelasting? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: RTL-nieuws / BNR / Accountancyvanmorgen.

Gepubliceerd: 18 Sep 2019
Copyright: Sdu © 2019

Zorgen om privacy familiebedrijven met UBO-register

Er bestaan grote zorgen bij een groot deel van mkb-ondernemers over de privacy en de veiligheid van henzelf en hun familieleden, als het UBO-register wordt ingevoerd. RSM-Nyenrode Instituut heeft daar onderzoek naar gedaan, met deze uitkomst. Vanaf 2020 zijn ondernemingen en rechtspersonen verplicht om hun (in)directe eigenaren te laten registreren in het UBO-register. Het is volgens de EU-richtlijn nodig dat de Ultimate Beneficial Owner (UBO) – de uiteindelijk belanghebbende bij een onderneming of rechtspersoon – zichtbaar wordt voor derden. In Nederland wordt de richtlijn per 2020 geïmplementeerd. Met het register wil de overheid financieel-economische criminaliteit, zoals het witwassen van geld en terrorismefinanciering, tegengaan. Wie een belang in een onderneming heeft van meer dan 25%, is verplicht dat te laten registreren in het UBO-register. Een deel van de persoonsgegevens – naam en economisch belang van de UBO – wordt via het register openbaar. In de praktijk betekent het dat gegevens van meer dan 277.000 familiebedrijven openbaar worden. Dit levert ook volgens de werkgeversvereniging VNO-NCW een te grote inbreuk op voor de privacy van familiebedrijven. Wilt u meer weten over het UBO-register en de gevolgen voor u? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Taxlive 8/8/19 / RSM-Nyenrode Instituut.

Gepubliceerd: 18 Sep 2019
Copyright: Sdu © 2019

De hoogste rechter beslist, echtgenoot moet terugbetalen

Hoeveel echtparen die op huwelijksvoorwaarden zijn gehuwd, houden bij wat hun privévermogen is en wat hun gemeenschappelijk vermogen is? Het antwoord is: heel weinig! Regelmatig moeten rechters oordelen over situaties, waarbij er na verloop van tijd strijd ontstaat tussen echtgenoten die liever niet administreren. Onlangs sprak de Hoge Raad, Nederlands hoogste rechtscollege, zich uit over een vraag die al jaren leeft. De vraag of de echtgenoten elkaar moeten vergoeden als er bijvoorbeeld met privégeld van een van de echtgenoten een gemeenschappelijke schuld wordt betaald. Sommige rechters hingen in het verleden de formele opvatting aan: is er sprake van een betaling uit een ander vermogen dan dat waar de schuld in valt, dan moet er altijd terugbetaald worden. Bijvoorbeeld: betaalt de echtgenoot die een erfenis met privéclausule heeft gehad een gemeenschappelijke vakantiereis? Dan moet de andere echtgenoot de helft terugbetalen. Aan de andere kant zijn er aanhangers van een andere afweging waarin rekening wordt gehouden met de verdere omstandigheden. U kunt daarbij denken aan de omstandigheid dat de echtgenoten zonder die grote erfenis of schenking hun (veel) soberder levensstijl van de periode daarvoor zouden hebben aangehouden en niet die verre reis hadden gemaakt. Dan zou het oneerlijk zijn als de echtgenoot die de erfenis heeft ontvangen toch weer het bedrag van die erfenis kan terugvragen van de echtgenoot. De Hoge Raad heeft duidelijkheid gegeven en gekozen voor de formele oplossing: bij betaling van gemeenschapsschulden met privégeld kan de betalende echtgenoot terugvorderen van de ander. De uitspraak van de Hoge Raad geldt ook voor huwelijken die zijn gesloten na 1 januari 2018. Per die datum is de wet gewijzigd. Bij huwelijken na die datum is er veel meer kans op onenigheid. Bij de nieuwe huwelijken zal er door de nieuwe wetgeving namelijk sprake zijn van veel meer privévermogen omdat in beginsel het privévermogen bij aanvang van het huwelijk en alle erfenissen en schenkingen buiten de gemeenschap vallen. De kans dat er een gemeenschappelijke schuld wordt betaald uit privévermogen is dan veel groter. Wilt u meer weten over deze materie, of gaat u trouwen en wilt u uw huwelijksvoorwaarden op dit punt goed inrichten? Maak dan ruim voor uw huwelijksvoltrekking een afspraak op ons kantoor, wij kunnen dan de tijd nemen om u goed te helpen. Bron: Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:504 / JBN 2019/6-25.

Gepubliceerd: 11 Sep 2019
Copyright: Sdu © 2019

Gehandicapt kind wordt medehuurder

Ouders van een gehandicapt kind zijn vaak dagelijks bezig met de zorg voor hun kind. Zolang de ouders nog leven kunnen zij hun gehandicapte kind zelf met alle zorgen omringen, maar de onzekerheid over de zorg voor het kind na hun overlijden weegt vaak zwaar. Tijdens leven kunnen ouders al veel doen, door een goed testament te maken waarin onder andere aandacht is voor bewindvoering over de erfenis, zodat een vertrouwd persoon de erfenis voor het kind kan beheren. Ook andere maatregelen kunnen helpen, zo vroeg een moeder onlangs medehuurderschap aan voor haar gehandicapte kind, om te voorkomen dat het kind bij haar overlijden zou moeten verhuizen. De woningstichting heeft dit verzoek afgewezen, omdat zij vond dat er geen sprake was van de vereiste duurzame gemeenschappelijke huishouding. De kantonrechter stelt de woningstichting in het ongelijk en vindt dat wel is voldaan aan het vereiste. De kantonrechter beoordeelt dit aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Waar normaal de gemeenschappelijke huishouding afloopt na het zelfstandig worden van het kind, kunnen er bijvoorbeeld bij gehandicapte kinderen bijzondere omstandigheden bestaan om toch een gemeenschappelijke huishouding aan te blijven nemen. In dit geval staat vast dat het kind al sinds de geboorte met zijn moeder in de woning woont en door de handicap nooit ‘uit zal vliegen’. De rechter oordeelt dat er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, zodat het kind medehuurder kan worden. Hierdoor zal het kind bij het overlijden van de moeder het vertrouwde huis niet hoeven te verlaten en kan er naar een zorgoplossing bij het kind thuis gekeken worden. Wilt u meer weten over regelingen voor een gehandicapt kind na overlijden van de ouders, wij gaan graag met u in gesprek. Bron: Rb. Amsterdam 5 februari 2019, nr. 7174848 CV EXPL 18-19124 (ECLI:NL:RBAMS:2019:4804).

Gepubliceerd: 11 Sep 2019
Copyright: Sdu © 2019

Voorkom fiscale problemen met hypotheekrenteaftrek bij echtscheiding

De Belastingdienst gaat mensen in echtscheiding voorlichten met een campagne attenderen op de regels voor het aftrekken van hypotheekrente en het aanvragen van toeslagen. In de praktijk blijkt het bij die onderwerpen nogal eens mis te gaan. De Belastingdienst wil helpen voorkomen dat mensen in echtscheiding later ook nog eens een aanslag krijgen op onder meer te veel genoten hypotheekrenteaftrek of toeslagen. Het advies is om belastingzaken en toeslagen tijdig te bespreken en te regelen. Dat is nog meer van belang als er kinderen of een koopwoning in het spel zijn. Voor de Belastingdienst is het fiscaal partnerschap leidend in de beoordeling of er al dan niet teveel renteaftrek of toeslagen zijn genoten. De campagne is te vinden op het platform belastingdienst.nl/scheiden. Daarin is ook een persoonlijke scheiden-checklist opgenomen. Met het doorlopen van de checklist krijgt u een overzicht van zaken die u moet regelen als u uit elkaar gaat. Daarmee kunt u ervoor zorgen dat belastingen en eventuele toeslagen aansluiten op uw nieuwe situatie. Fouten worden nu vooral gemaakt als partners samen een koophuis hebben en bij de belastingaangifte beiden de hypotheekrente volledig aftrekken. Waar moet u op letten als u uit elkaar gaat? • Zorg er voor dat u exclusief gebruik kunt maken van uw eigen DigiD. • Ga na op welke rekening toeslagen of belastingteruggaven binnen komen; wijzig dit zo nodig. • Geef uw adreswijziging door aan de gemeente, die dit doorgeeft aan de Belastingdienst. • Maak uw persoonlijke scheiden checklist. • Als u ervoor kiest om samen voor de rest van het kalenderjaar nog fiscaal partner te zijn, mag u in uw jaarlijkse belastingaangifte nog één keer de inkomsten en aftrekposten gunstig verdelen. Wilt u meer weten over scheiden en de juridische haken en ogen en gevolgen daarvan? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Persbericht Belastingdienst 26/8/19.

Gepubliceerd: 11 Sep 2019
Copyright: Sdu © 2019

ANBI-status verloren? Toch informatieplicht!

Bent u als organisatie, vereniging of instelling na 1 januari 2013 uw ANBI-status verloren? Dan is het van belang dat u controleert welk vermogen de organisatie op dat moment had. Als dat meer dan € 25.000 is, moet u voor 1 september 2019 uw vermogensgegevens inleveren bij de Belastingdienst. Dat is kort dag. Uw informatieplicht is per datum van verlies van de ANBI-status niet geëindigd. Op de website van de Belastingdienst kunt u voor het opgeven van vermogensgegevens het formulier Opgaaf vermogen en schenkingen 2018 voormalige ANBI’s gebruiken. Wat wordt er van u gevraagd? Het gaat om informatie over: • de hoogte van het eigen vermogen op het moment dat de ANBI-status beëindigd werd; • het verloop van het ANBI-vermogen vanaf het moment dat de ANBI-status beëindigd is; • het bedrag dat is uitgegeven aan de ANBI-doelstellingen; • de bedragen en de ontvangers van schenkingen. Wanneer de voormalige ANBI de gegevens niet tijdig verstrekt kan de Belastingdienst een boete opleggen. Wilt u meer weten over uw verplichtingen als voormalig ANBI-instelling? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Taxlive 15/8/19.

Gepubliceerd: 04 Sep 2019
Copyright: Sdu © 2019

Kleineondernemersregeling vernieuwd per 1 januari 2020

Per 1 januari 2020 gaat er een nieuwe kleineondernemersregeling (KOR) gelden voor bedrijven, stichtingen en verenigingen met een jaaromzet van minder dan € 20.000. De KOR voorziet in een vrijstelling van de btw-plicht. Met deze vernieuwde regeling vervalt de korting op de btw, die in de nu nog lopende regeling van kracht is. Ook de ontheffing van administratieve verplichtingen vervalt. Wilt u gebruik maken van de vernieuwde regeling? Dan moet u btw-ondernemer en in Nederland gevestigd zijn, dan wel in Nederland over een vaste inrichting beschikken. Uw jaaromzet mag niet hoger zijn dan € 20.000. De vernieuwde KOR is bestemd voor natuurlijke personen, samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen en rechtspersonen. Rechtspersonen zijn bijvoorbeeld stichtingen, verenigingen en bv’s. Wilt u meer weten over de kleineondernemingsregeling of andere fiscaal-juridische zaken voor uw onderneming? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Agriholland.nl 1/8/19 – Belastingdienst.

Gepubliceerd: 04 Sep 2019
Copyright: Sdu © 2019

Cryptomunten in de erfenis

De meeste mensen hebben inmiddels wel gehoord van bitcoins of andere cryptomunten. Maar bij de afwikkeling van een erfenis blijven deze munten vaak onopgemerkt. Dit komt doordat bitcoins niet zo tastbaar zijn als contant geld of geld op een bankrekening. Ze worden via internet verhandeld en aangehouden. Informatie staat vaak op de computer of een USB-stick. Toch moet u over uw cryptomunten net als over ‘gewoon’ geld belastingaangifte doen. Zolang u leeft heeft u vanzelfsprekend zelf alle informatie beschikbaar en kunt u deze vermelden in uw aangifte inkomstenbelasting. Na overlijden blijkt vaak dat erfgenamen en executeurs helemaal niet weten dat er cryptomunten zijn. Het saldo gaat verloren, en ook de aangifte erfbelasting wordt – in alle onwetendheid – onjuist gedaan. Wilt u dit voorkomen dan is het verstandig om naast uw testament een memo voor uw nabestaanden en de executeur te maken waarin u aangeeft dat u cryptomunten in bezit heeft.

Gepubliceerd: 04 Sep 2019
Copyright: Sdu © 2019

Bv’s in de nabije toekomst digitaal opgericht

Over twee jaar moet in elke lidstaat van de Europese Unie het digitaal oprichten van bepaalde kapitaalvennootschappen mogelijk zijn. In Nederland zal het gaat om het oprichten van een besloten vennootschap. Net als de huidige oprichting zal ook de digitale oprichting van een bv waarschijnlijk via de notaris gaan. In de richtlijn is ruimte gelaten voor tussenkomst van de notaris. Die is mede van belang om misbruik en fraude al aan de poort op te merken en oprichting te verhinderen. Het Ministerie van Rechtsbescherming en de notariële beroepsorganisatie zijn al – samen met andere betrokkenen – bezig met de uitwerking van de richtlijn. Daarbij sluiten zij zoveel mogelijk aan bij het bestaande systeem. Nieuw is dat naast een digitale akte ook het inzetten van videoconferentie, digitale identificatie en ondertekening mogelijk zal worden. Wij kunnen daarmee prima voldoen aan volledige online oprichting van bv’s, met notariële waarborgen van rechtszekerheid en rechtsbescherming en voorkoming van fraude en misbruik. Wilt u meer weten over het oprichten van een bv? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Taxlive 6/8/19

Gepubliceerd: 28 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Na de vakantie scheiden? Of nog even wachten?

In de zomervakantie komen spanningen in het huwelijk vaak uitvergroot naar boven. Na de zomervakantie zien echtscheidingsadvocaten dan ook een piek in de echtscheidingsverzoeken. Een van de gevolgen van scheiden kan zijn dat er partneralimentatie betaald moet worden. Onder de huidige regeling duurt de verplichting tot het voldoen van partneralimentatie twaalf jaar. Als er geen kinderen uit het huwelijk zijn geboren en als het huwelijk niet meer dan vijf jaar heeft geduurd, is de duur van de alimentatie beperkt tot de duur van het huwelijk. Nu ligt er momenteel een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer waarmee de regeling voor partneralimentatie mogelijk wordt herzien. In het Wetsvoorstel wil men de duur van de alimentatieverplichting verkorten naar de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van vijf jaar. Er zijn uitzonderingen voor huwelijken die vijftien jaar of langer hebben geduurd, alimentatiegerechtigden die al op leeftijd zijn en ook voor situaties waarbij er kinderen zijn geboren die de leeftijd van twaalf jaar nog niet hebben bereikt. In dat laatste geval loopt de partneralimentatie door totdat het jongste kind de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt. De maximale alimentatietermijn kan dan dus ondanks het wetsvoorstel nog wel uitkomen op twaalf jaar. Overigens geldt het wetsvoorstel alleen voor nieuwe gevallen. Voor bestaande alimentatieverplichtingen blijft de huidige alimentatietermijn gehandhaafd. We weten niet zeker of en wanneer het wetsvoorstel ingevoerd zal worden. Het is de bedoeling om het wetsvoorstel in te laten gaan op 1 januari 2020. Wordt of is het vraagstuk actueel voor u in de komende maanden dan is het verstandig om de invoering in de gaten te houden. Bron: Kamerstukken 2018/19, 34231, E, Herdruk/Eerste Kamer

Gepubliceerd: 28 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Naar de rechter voor asbestemming?

Het regelen van de uitvaartwensen doen de meeste mensen op een kladblaadje thuis. Soms wordt de uitvaartondernemer uitgenodigd om ruim van tevoren het scenario van een uitvaart door te spreken. Alhoewel het een beetje morbide lijkt om fit van lijf en leden je uitvaartmuziek uit te zoeken, is het voor de nabestaanden vaak een hele opluchting als ze de uitvaartwensen niet zelf hoeven te bedenken. Een enkele keer regelt iemand zaken rondom de begrafenis of crematie via een testament. Meestal werd er dan toch een testament opgesteld, en staan de uitvaartwensen in een alinea aan het einde van de akte. Onlangs moest het Hof Den Haag oordelen in een situatie waarin een dame in haar testament de uitvaart en asbestemming had geregeld. Zij had haar echtgenoot aangewezen als degene die verantwoordelijk zou zijn. Haar kinderen hebben echter de crematie van hun moeder laten plaatsvinden zonder dat de echtgenoot op de hoogte was. Na de crematie ontstaat er grote onenigheid tussen de echtgenoot en de kinderen over de asbestemming. Vanwege de volledig verstoorde verhouding moet – volgens de rechter voor wat erflaatster zou hebben gewild – worden aangesloten bij objectieve criteria, in dit geval haar testament. Daarmee is de echtgenoot degene die beslist wat er met de as moet gebeuren. Wilt u meer weten over het regelen van uw nalatenschap en de uitvaart in een testament? Wij helpen u graag om problemen tussen de nabestaanden te voorkomen. Bron: S.C. den Engelse, Tijdschrift Erfrecht, 2019, nr. 3, of Den Haag 19 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:356.

Gepubliceerd: 28 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Bijstandsuitkering, erfenis snel melden

Voor mensen die niet in hun onderhoud kunnen voorzien, bestaat de mogelijkheid om een bijstandsuitkering aan te vragen. Maar wat gebeurt er als u een uitkering heeft en plots een erfenis krijgt? Door de erfenis krijgt u een eigen vermogen. Als dat boven het toegestane zogenaamde ‘vrij te laten vermogen’ uitkomt bent u verplicht dat aan de uitkeringsinstantie door te geven. Voor een alleenstaande is het vrij te laten vermogen € 6.120 en voor gezinnen € 12.240. Komt uw vermogen daarboven, dan wordt uw uitkering lager vastgesteld of zelfs gestopt. Onlangs moest de Centrale Raad van Beroep oordelen over de situatie van een kleinzoon die een legaat van een geldbedrag ontving van zijn oma. De uitkering van het legaat vond pas anderhalf jaar na het overlijden van de oma plaats. De kleinzoon moest een flink bedrag van zijn bijstandsuitkering terugbetalen. Had hij direct na overlijden van zijn oma het legaat gemeld dan had hij rekening kunnen houden met de terugbetaling. Ook het niet doorgeven van een erfenis kan, als de uitkeringsinstantie er achter komt, tot problemen leiden, zoals een opgelegde boete. Ook het verwerpen van een erfenis is niet altijd de oplossing. De uitkeringsinstantie kan dan concluderen dat u onnodig een beroep doet op de bijstand, u had immers een erfenis kunnen hebben. U zult een verwerping dus wel moeten motiveren als er een bedrag te erven valt. En heeft u eenmaal een erfenis verworpen dan is dat niet meer te herstellen. Wilt u meer weten over de bijzonderheden van een erfenis voor een uitkeringsgerechtigde, neem dan gerust contact op met ons kantoor. Bron: Notamail 2 augustus 2019, nr. 173.

Gepubliceerd: 21 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Agenderingsrecht aandeel- en certificaathouders beperkt

De vraag rijst nogal eens of aandeelhouders en certificaathouders een onderwerp niet alleen ter bespreking op de vergaderagenda te laten zetten, maar ook om erover te stemmen. In de wet staat dat aandeelhouders (of certificaathouders) met een belang van ten minste drie procent in het kapitaal van de vennootschap een onderwerp mogen agenderen op de aandeelhoudersvergadering, Deze bevoegdheid moet een bijdrage leveren aan de uitoefening van de eigen wettelijke bevoegdheden van de algemene vergadering en het functioneren van de algemene vergadering te verbeteren. De bevoegdheid is ingevoerd om het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid door het bestuur en de raad van commissarissen te verbeteren. Aandeelhouders en certificaathouders kunnen ook agendering vragen over onderwerpen die niet tot de wettelijke of statutaire bevoegdheid van de algemene vergadering tot besluitvorming toekomt. Het bestuur mag een verzoek om een onderwerp te agenderen alleen in uitzonderlijke gevallen weigeren. Waar aandeelhouders en certificaathouders niets over te zeggen hebben, is het bepalen van het beleid en de strategie van een vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. Dat is voorbehouden aan het bestuur van de vennootschap. Het bestuur hoeft daarover geen overleg met de algemene vergadering te voeren. Aandeelhouders en certificaathouders hebben daarom ook niet de mogelijkheid om de vennootschap te verplichten een beleids- of strategisch onderwerp op de agenda van de algemene vergadering te zetten. Het is in dat kader volgens de Hoge Raad ook niet van belang of die stemming wel of geen rechtsgevolg heeft of als informele stemming, aanbeveling, motie of peiling wordt gezien. Met deze uitspraak van de Hoge Raad is het minder eenvoudig voor aandeelhouders en certificaathouders om bestuursonderwerpen op de agenda van de algemene vergadering te laten zetten. Wilt u meer weten over het agenderingsrecht van aandeel- en certificaathouders? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652.

Gepubliceerd: 21 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Schriftelijkheidseis koopcontract geldt niet altijd

De wet bepaalt dat een koopcontract voor onroerend goed schriftelijk moet worden aangegaan. Althans, als de kopende partij een consument is. Dat roept dan meteen de vraag op hoe dat zit als de verkoper beroeps- of bedrijfsmatig handelt. Het onderscheid of een van beide partijen consument is of handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf blijkt bepalend bij de beantwoording van de vraag. De Rechtbank Amsterdam zag zich geconfronteerd met een verkoper die de koopovereenkomst niet wilde ondertekenen, tegenover een koper die vond dat er een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand was gekomen. De koper vond dat de verkoper moest leveren. De verkoper stelde dat er geen schriftelijke koopovereenkomst was. De rechtbank ging daar niet in mee omdat de koper geen consument was, maar beroepsmatig handelde. Dat gegeven maakt de koopovereenkomst vormvrij. Het gevolg daarvan was in dit geval dat de koopovereenkomst, waarin mondelinge overeenstemming bestond over zaak, koopsom en leveringsdatum, rechtsgeldig is. Tot aan deze uitspraak van de Amsterdamse rechtbank was het onzeker of een verkoper op basis van mondelinge afspraken met koper verplicht kon worden tot medewerking aan schriftelijke vastlegging. Aan die onzekerheid is met de uitspraak een eind gekomen. Wilt u meer weten over mondelinge of schriftelijke koopcontracten? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: OpMaat 2/5/19, 2019/0371, ECLI:NL:RBAMS:2018:8228.

Gepubliceerd: 21 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Twee procent overdrachtsbelasting bij koop onbewoonbare woning

Een huis dat oorspronkelijk is gebouwd als woning en tijdens de koop onbewoonbaar is, valt toch onder het tweeprocentstarief voor de overdrachtsbelasting. Dat bevestigde de Rechtbank Zeeland-West-Brabant onlangs. Dat er ten tijde van de koop geen deuren, ramen en dakbedekking in en op het pand zitten, doet daaraan niets af. Het gaat er om of een gebouw naar zijn aard bestemd is voor bewoning. De Hoge Raad heeft al eerder vastgesteld dat bij de beoordeling of een pand naar zijn aard bestemd is voor bewoning zo objectief mogelijke maatstaven moeten moet worden gehanteerd. De maatstaf daarvoor moet aansluiten bij de kenmerken van het pand, waarvoor weer bepalend is het doel waarvoor het oorspronkelijk is ontworpen en gebouwd. Als het pand oorspronkelijk ontworpen en gebouwd als woonhuis, dan is het naar zijn aard bestemd voor bewoning. Het maakt daarbij niet uit of het ten tijde van koop ook gebruikt wordt als woning. Als een pand niet als woning is gebouwd, dan is het naar zijn aard ook niet bestemd voor bewoning, zelfs als er ten tijde van de koop wel in gewoond wordt. Een ander punt van belang bij de beoordeling is of er na ontwerp en bouw zodanige bouwkundige aanpassingen zijn gepleegd dat de oorspronkelijke aard is gewijzigd, bijvoorbeeld bedrijfspand geworden. Mocht de beoordeling op deze eerste twee punten niet afdoende zijn, dan geldt de publiekrechtelijke bestemming die de gemeente geeft aan het pand heeft gegeven. Als tot slot dit ook nog niet tot een uitkomst leidt, is het structurele feitelijke gebruik bepalend. Wilt u meer weten over de juridische en fiscale haken en ogen bij het kopen van een huis? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Taxlive 3 juli 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1184.

Gepubliceerd: 14 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Vakantietijd, voogdij geregeld?

In de vakantiemaanden zijn er veel mensen die opeens stilstaan bij voogdij. Bijvoorbeeld tijdens een ritje in de achtbaan, met de auto rijdend langs een diep ravijn, of bij een tandemsprong aan een hangglider. Allemaal momenten waarbij ouders plotseling beseffen dat hun leven eindig kan zijn. En wie zorgt er dan voor de achterblijvende kinderen? Zolang één van u nog leeft en het gezag heeft, zal diegene voor het kind blijven zorgen en alle beslissingen nemen. Voor de situatie dat beide ouders er niet meer zijn kunt u zelf regelen dat er een voogd wordt aangesteld, die voor uw minderjarige kinderen zorgt. Als de kinderen ouder dan achttien jaar zijn worden ze in Nederland als volwassen beschouwd, en is een voogd niet meer nodig. Een voogd kan uw kinderen vertegenwoordigen en neemt belangrijke beslissingen. Daarnaast is de voogd verantwoordelijk voor een goede verzorging en opvoeding en beheert het vermogen van uw kinderen. U kunt een voogd aanwijzen in uw testament, maar ook – via rechtspraak.nl – in het gezagsregister. Als u niemand aanwijst bepaalt de rechter na uw overlijden wie de voogdij over uw kinderen krijgt. Het voordeel van het gezagsregister is dat het gratis is. Wel moet u per kind een formulier invullen. Regelt u de voogdij via uw testament dan doet u dat bij de notaris. Daar zijn kosten aan verbonden, maar een voordeel is dat u de voogdij in een keer voor alle kinderen kunt regelen, ook als ze nog niet geboren zijn. Daarnaast kunt u gelijk opnemen wat uw wensen zijn voor de opvoeding van uw kinderen en eventueel een bewind opnemen tot een latere leeftijd dan achttien jaar, bijvoorbeeld drieëntwintig of vijfentwintig. Als de kinderen al jong wees worden kunnen ze op deze manier niet al op hun achttiende verjaardag zelf de erfenis opmaken. Wilt u meer weten over voogdij? Neem gerust contact met ons op. Bron: artikel 280 e.v. Boek 1, Burgerlijk Wetboek.

Gepubliceerd: 14 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Check huwelijkse voorwaarden bij nieuw testament!

Veel mensen maken huwelijkse voorwaarden als zij nog jong zijn, en niet veel vermogen hebben. Het is dan lastig voor te stellen hoe hun toekomst er uit gaat zien. Het vooruitzicht van het hebben van een eigen zaak is meestal de aanleiding om de voorwaarden op te stellen. Ook zien we vaak dat ouders het jonge stel naar de notaris sturen. In de huwelijkse voorwaarden wordt doorgaans geregeld wat de partners privé houden, en welke eigendommen gemeenschappelijk zijn. Ook een regeling over de huishoudkosten komt altijd voor in de akte. Daarnaast nemen veel stellen afspraken op waarbij ze weliswaar gescheiden vermogens hebben, maar toch bij echtscheiding en/of bij overlijden hun vermogens of een deel daarvan verrekenen. Na het huwelijk duurt het vaak een tijdje voordat een stel weer bij de notaris belandt. Soms al bij de geboorte van het eerste kind om de voogdij en het bewind te regelen, en soms bij de aankoop van het eerste eigen huis. Maar meestal komen de huwelijksvoorwaarden pas jaren later weer eens ter sprake. Dan blijkt vaak dat het stel helemaal niet meer voor ogen heeft wat er was geregeld. Ook de verrekenafspraken bij echtscheiding en overlijden zijn dan vaak uit beeld geraakt. Als u bij ons op kantoor komt voor het maken van testamenten of een andere akte, kijken we graag met u naar de huwelijksvoorwaarden van toen. Moet er iets gemoderniseerd of gewijzigd worden, dan kan dat tegenwoordig een stuk makkelijker dan vroeger. Toen moest er voor een wijziging toestemming gevraagd worden bij de rechter. Tegenwoordig is dat niet meer nodig en kunnen we een wijziging samen met u op het notariskantoor verzorgen. Zeker als er in uw huwelijksvoorwaarden regelingen staan die werken bij overlijden is het van groot belang dat de testamenten daar naadloos op aansluiten. Komt u binnenkort op ons kantoor voor uw testament? Neem uw huwelijksvoorwaardenakte gerust mee, dan beoordelen wij de akte voor u. Bron: Notamail 2019-5 en Hof Amsterdam 25 juni 2019, nr. 200.250.158/01 NOT (ECLI:NL:GHAMS:2019:2747).

Gepubliceerd: 14 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Per 2020 nieuw btw-nummer voor eenmanszaken

Eind 2019 gaan alle eenmanszaken in ons land een nieuw btw-identificatienummer ontvangen. Dat nummer moet per 1 januari 2020 in de administratie van eenmanszaken zijn ingepast. Althans, als het parlement er dit najaar mee gaat instemmen en de aanpassing tijdig in de Staatscourant is gepubliceerd. Het nieuwe btw-identificatienummer gaat het huidige vervangen. Onderdeel van het huidige nummer is namelijk dat daarin uw burgerservicenummer (BSN) is verwerkt. De verandering is ingegeven vanuit de wens de privacy van ondernemers in eenmanszaken beter te waarborgen, maar vooral ook om het risico op identiteitsfraude te verkleinen. Als de regelgeving per 1 januari 2020 in werking treedt, moet u uw nieuwe btw-nummer vermelden op uw facturen en uw website. Uw administratie en praktijk moeten dan aan het nieuwe btw-nummer zijn aangepast. . Wilt u meer weten over de juridische aspecten van ondernemen in een eenmanszaak dan wel in een besloten vennootschap? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: KVK nieuws Ondernemersplein.

Gepubliceerd: 07 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Zoon met volmacht mag niet aan zichzelf schenken

Veel mensen geven tegenwoordig in een notariële akte volmacht aan hun partner of kinderen. In de wandelgangen noemt men de volmacht ook wel een levenstestament. Als het goed is ligt de volmacht in de kast, en is nooit nodig. Maar als de tijden veranderen en iemand wordt wilsonbekwaam, bijvoorbeeld door een hersenbloeding of de ziekte van Alzheimer, dan kan de partner of het kind direct handelen met de klaarliggende volmacht. Er kan nog wel eens onduidelijkheid ontstaan als bijvoorbeeld één kind gemachtigd is en de anderen niet. Als het kind met de volmacht namens vader of moeder grote schenkingen aan zichzelf zou gaan doen, kan het zijn dat er bij overlijden van vader of moeder geen erfenis meer resteert. In de wet staat dat een gevolmachtigde alleen met zichzelf als wederpartij mag handelen als dat uitdrukkelijk is opgenomen en precies is omschreven in de volmacht, zodat duidelijk is dat er geen strijd tussen belangen is. Heeft u al een volmacht of levenstestament, en is dit aspect goed geregeld in uw document? Wij kijken er graag samen met u naar! Bron: Artikel 68 van Boek 3 Burgerlijk Wetboek, en Hof Arnhem-Leeuwarden 18 juni 2019, nr. 200.226.647 (ECLI:NL:GHARL:2019:5105).

Gepubliceerd: 07 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Boetebeleid energielabel woningen aangescherpt

Goed en slecht nieuws ineen. Het goede nieuws is dat de boetebedragen bij het ontbreken van een energielabel bij verkoop van uw woning per 3 juli omlaag zijn gegaan. Het slechte nieuws is dat er sindsdien ook geen voorwaardelijke boete meer wordt uitgeschreven, maar dat u direct een boete krijgt. Betalen dus. De aanscherping is het resultaat van een uitspraak van de Raad van State. U bent bij verkoop van uw huis verplicht een geldig energielabel aan de koper te overhandigen. Als dat op dat moment ontbreekt, krijgt u een bestuurlijke boete opgelegd. U heeft dan niet meer de mogelijkheid om het ontbreken achteraf te herstellen. Particuliere verkopers lopen in dit geval het risico op een boete van € 170, voor organisaties is dat € 340. Dat is lager dan voorheen. De reden voor de verlaging is dat de boete alleen maar direct kan worden opgelegd. Volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kan inmiddels meer dan 90% van de verkopers een geldig energielabel overleggen. Wilt u meer weten over de juridische haken en ogen bij het kopen of verkopen van een huis? Bel ons voor een afspraak. Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport d.d. 3/7/19.

Gepubliceerd: 07 Aug 2019
Copyright: Sdu © 2019

Ondanks einde van samenlevingscontract bleef recht op partnerpensioen bestaan

Er zijn pensioenregelingen waarin alleen een partnerpensioen geldt als de deelnemer is gehuwd of een geregistreerd partnerschap heeft. De praktijk is echter tegenwoordig dat de meerderheid van de pensioenregelingen een partnerpensioen kent voor de niet-gehuwde en niet-geregistreerde partner. Maar dat betekent niet dat de partner daar ook altijd voor in aanmerking komt. Er worden altijd eisen gesteld aan het partnerschap van samenwoners. Ook op dit punt zijn pensioenregelingen niet hetzelfde. Het kan zijn dat er een eis wordt gesteld aan de duur van de gezamenlijke huishouding. Dat kan een half jaar zijn, maar soms wordt ook een samenwoning van twee jaar geëist. In de ene pensioenregeling is daarnaast een notarieel verleden samenlevingscontract vereist, maar in de andere pensioenregeling weer niet. Een wijdverbreid misverstand is dat, als er een samenlevingscontract is, er automatisch ook recht bestaat op partnerpensioen. Dit klopt niet. Het hangt af van de eisen die in de pensioenregeling worden gesteld ten aanzien van de partnerrelatie. Belangrijk is dat bijna altijd als eis geldt dat de partner, die op grond van het reglement in aanmerking zou kunnen komen voor een partnerpensioen, ook als partner wordt aangemeld bij de pensioenuitvoerder. Indien de partner in beginsel wel in aanmerking zou komen voor partnerpensioen, maar er is geen aanmelding geweest, dan kan het zo zijn dat er geen partnerpensioen is verzekerd voor de partner. Ook al is er een samenlevingscontract met een aanwijzing van de partner voor partnerpensioen en ook al is de partner aangemeld, het is toch van belang om de tekst van de akte te controleren. Onlangs speelde er namelijk een geval bij de rechter over de vraag of het recht van een vrouw op partnerpensioen was vervallen door de ontbinding van het samenlevingscontract. De rechter vindt het van belang dat de aanspraak op partnerpensioen een inkomenszekerheid biedt aan de gerechtigde op het partnerpensioen. Een einde aan die aanspraak kan dan ook heel ingrijpend zijn voor de aanspraakgerechtigde. Voor de hand had dan ook gelegen dat het stel – indien zij hadden willen overeenkomen dat de aanspraak op partnerpensioen verloren zou gaan bij beëindiging van het samenlevingsverband – hierover iets in de tekst van de samenlevingsovereenkomst hadden opgenomen. Nu de vrouw nooit op de in de overeenkomst bepaalde wijze afstand heeft gedaan van haar aanspraak op partnerpensioen, is de conclusie dat aan de vrouw nog altijd het partnerpensioen toekomt. Weet u of u het partnerpensioen goed heeft geregeld in uw samenlevingscontract? Bel ons gerust om het voor u na te kijken. Bron: Rb. Den Haag 3 juli 2019, nr. 7129028 RL EXPL 18-17661 (ECLI:NL:RBDHA:2019:6897).

Gepubliceerd: 24 Jul 2019
Copyright: Sdu © 2019

Splitsingstekening niet bepalend voor onderscheid gemeenschappelijk – privé

Wie eigenaar is van een appartement, beschikt ook over een splitsingsakte en een splitsingstekening. Uit deze twee moet blijken welke delen van het complex gemeenschappelijk zijn en welke gedeelten privé. Helaas is dat lang niet altijd eenduidig uit beide documenten af te leiden. Het Hof Amsterdam zag zich onlangs geconfronteerd met onenigheid over de eigendom in een appartementencomplex met ernstige scheuren die waren veroorzaakt door de uitbouw op de begane grond, dat de eigenaar van het appartement op de begane grond exclusief tot zijn beschikking had. De scheuren noopten tot vervanging van fundering en uitbouw. Het geschil laat zich eenvoudig raden: wie draagt de kosten voor dit herstel, de VvE of de eigenaar die de uitbouw in gebruik had? Voor het hof is uitgangspunt dat uitleg nodig is van de splitsingsakte, de splitsingstekening en het modelsplitsingsreglement. Daarin past de opvatting dat de splitsingsstukken bepalend zijn voor vaststelling van uitsluitend gebruik van een gedeelte in een appartementencomplex. Concreet zijn dat de notariële akte van splitsing en de aangehechte splitsingstekening. Het hof zoekt daarin naar de bedoeling die degenen die tot splitsing zijn overgegaan, hebben gehad. Dat wordt bepaald aan de hand van objectieve maatstaven worden, die worden afgeleid uit de omschrijving van de onderscheiden gedeelten van het gebouw in de akte en in de de daaraan gehechte tekening. Als uit deze stukken niet eenduidig blijkt hoe het precies zit, moet de rechter vaststellen wat naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is. In elk geval kan er niet op voorhand worden gezegd dat splitsingsakte dan wel splitsingstekening de bedoelingen van de initiatiefnemers tot splitsing juist weergeven. De rechter moet alle relevante documentatie rond de splitsing in zijn overwegingen betrekken. In het concrete geval waar het Hof Amsterdam zich over boog, werd de fundering in het modelsplitsingsreglement gerekend tot de gemeenschappelijke gedeelten. Daarmee wordt ook de uitbouw gemeenschappelijk. Het doet dan niet meer ter zake of uit de splitsingstekening iets anders zou kunnen worden afgeleid. De kosten kwamen dan ook ten laste van de VvE. Wilt u meer weten over de aandachtspunten bij het kopen van een appartement? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: Opmaat 12/6/19 - 2019/131 - ECLI:NL:GHAMS:2019:1519.

Gepubliceerd: 24 Jul 2019
Copyright: Sdu © 2019

Statutaire zetel van belang voor belastingheffing

De relatie tussen fiscus en ondernemer staat vrijwel altijd op spanning. Het is een continu spel op de grens van de wettelijke mogelijkheden. Dat bleek onlangs maar weer eens in een zaak die de Hoge Raad haalde. Dat handelde over een Nederlandse vof met vennoten die in het buitenland wonen. De onroerend goed vof was bij oprichting als btw-ondernemer aangemeld, met de statutaire zetel in Nederland en medevennoten in het buitenland. Onroerend goed werd aangekocht en de daarover berekende btw in aftrek gebracht bij de fiscus. Enkele jaren later weer doorverkocht aan btw-ondernemers. Weer enkele jaren later ontvangt de vof een naheffingsaanslag van de Belastingdienst omdat de btw over de verkoop niet was afgedragen. De vof bracht de buitenlandroute in stelling met de opvatting dat de vof met buitenlandse vennoten niet in Nederland zou zijn gevestigd. Uit het Handelsregister bleek echter dat de vof ten tijde van de transacties in Nederland gevestigd was en dat daar ook de centrale plaats en vergaderlocatie van het bestuur was. Dat vennoten in het buitenland wonen betekent nog niet dat een bedrijf in het buitenland gevestigd is. De statutaire zetel van een onderneming is dan ook bepalend voor de belastingheffing. Bij de oprichting van een onderneming is dit een belangrijk aandachtpunt. Wilt u hier meer over weten? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: TaxLive 21-6-19, uitspraak Hoge Raad.

Gepubliceerd: 24 Jul 2019
Copyright: Sdu © 2019

Schenkingstraditie bij onderbewindstelling

Als het vermogen van iemand onder bewind is gesteld, moet de bewindvoerder machtiging van de kantonrechter vragen als hij grote uitgaven wil doen of als hij bijvoorbeeld het huis gaat verkopen. Ook als de bewindvoerder besluit dat hij schenkingen aan de kinderen wil doen, zal hij in de meeste gevallen een machtiging moeten vragen. De gebruikelijke verjaardags- en sinterklaascadeautjes worden niet gezien als schenkingen waarvoor machtiging is vereist. De rechter wijst een verzoek om schenkingen te mogen doen meestal toe, als er een zogenaamde schenkingstraditie is. Een schenkingstraditie kan worden afgeleid uit het feit dat iemand voorafgaand aan de onderbewindstelling regelmatig donaties aan goede doelen deed of giften aan kinderen. Ook als er jaren is geschonken en het laatste jaar niet, gaat de rechter vaak akkoord. Ook onlangs oordeelde de rechter in die zin, omdat het gezin in het laatste jaar erg in beslag genomen was door de ziekte van de ouder wiens vermogen onder bewind was gesteld, en de schenkingen geen aandacht hadden gehad. Alleen als de verzorgingsbehoefte van iemand in gevaar komt, zal de rechter geen schenkingen meer toestaan. Dat speelt doorgaans als het liquide vermogen van de betrokkene door de schenking onder de € 30.000 uitkomt. Als de langstlevende ouder te maken heeft met onder bewind stelling, gaat de bewindvoerder soms over tot het vervroegd uitkeren van ‘kindsdelen’ uit de nalatenschap van de eerste ouder. Als er een langstlevendentestament was hebben de kinderen deze kindsdelen nog niet gehad en zijn ze bij de langstlevende gelaten. Als de verzorgingsbehoefte van de langstlevende geen gevaar loopt en geen intering is te verwachten, kunnen de kindsdelen worden uitgekeerd ook al heeft de langstlevende hier zelf geen belang bij. Als in het testament van de eerst overleden partner is opgenomen dat de kindsdelen opeisbaar zijn als zich een bepaalde situatie voordoet, zoals opname in een verpleegtehuis of onderbewindstelling, dan is dat voor de bewindvoerder een schuld die hij op grond van het testament moet voldoen. Heeft u te maken met onderbewindstelling in uw omgeving en wilt u meer weten? Wij helpen u graag. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 14 maart 2019, nr. 200.248.345/01 (ECLI:NL:GHARL:2019:2343); Aanbevelingen Meerderjarigenbewind van het LOVCK.

Gepubliceerd: 10 Jul 2019
Copyright: Sdu © 2019

Polis en uit elkaar gaan

Hoe vaak komt het niet voor dat mensen uit elkaar gaan, en samen moeten regelen hoe zij hun spulletjes verdelen. Met de inboedel lukt het meestal wel, de ene partner neemt de bank, en de ander het bed. Maar als er ook een huis met hypotheek te verdelen is, dan wordt het lastiger. Bij de meeste stellen zal degene die het zich kan veroorloven in de woning blijven, en de ander uitkopen. Zijn de lasten voor beide partners te zwaar, dan zit er niets anders op dan te verkopen. Komen de partners er onderling niet uit dan belanden zij soms bij de rechter. De rechter heeft de mogelijkheid om de verdeling zelf vast te stellen. In de meeste gevallen moet de woning dan nog wel via de notaris op de juiste naam gezet worden. Ook de bank moet nog meewerken aan het overzetten van de hypotheek. En is er sprake van een levensverzekeringspolis dan moet ook die polis overgezet worden. Onlangs speelde er een geval bij de Rechtbank Den Haag waarbij de rechter de woning van een stel in echtscheiding aan de man had toegedeeld. De man moest de hypotheek verder voor zijn rekening nemen en ook de bij de hypotheek afgesloten levensverzekering zou aan hem toekomen. Door allerlei omstandigheden wordt de uitspraak van de rechter door het stel niet uitgevoerd. De woning, hypotheek en polis worden niet op naam van de man alleen gesteld. Wel betaalt de man na de scheiding alle lasten en kosten alsof hij enig eigenaar is. Als na jaren de vrouw komt te overlijden blijkt de polis van levensverzekering nog uit te keren en is de hypotheek van de man ineens volledig afgelost. De erfgenamen van de vrouw beginnen een procedure, want zij vinden dat zij recht hebben op de uitkering uit de polis. De rechter geeft de erfgenamen van de vrouw in dit geval geen gelijk. Regel na echtscheiding uw zaken niet alleen bij de advocaat, maar check ook bij de notaris of de afspraken over eigendom goed zijn verwerkt, dit voorkomt jaren later problemen. Bron: Rechtbank Den Haag 30 januari 2019, nr. C/09/547297/HA ZA 18-139, ECLI:NL:RBDHA:2019:4943.

Gepubliceerd: 10 Jul 2019
Copyright: Sdu © 2019

Hoofdelijke aansprakelijkheid voor hypotheek in tijd beperkt

Regelmatig doet zich de situatie voor dat samenwoners in een huis wonen dat van een van hen is, maar voor de hypotheek waarvan beide partners hoofdelijk aansprakelijk zijn. Dat kan lastig worden als partners uit elkaar gaan. Ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid blijkt dan voor de ex-partner die geen eigenaar is, niet altijd mogelijk. Nergens in de wet staat dat de eigenaar in een dergelijke situatie kan worden gedwongen tot verkoop van het huis, behalve als daar tussen partijen afspraken over gemaakt zijn. Daar tegenover zijn er ook rechters die de eigenaar op basis van de wettelijke bepalingen over redelijkheid en billijkheid dwingen tot verkoop. Daarmee wordt voorkomen dat de ex-partner (niet-eigenaar) zelf geen financieringsmogelijkheden voor een eigen woning heeft. Ook wordt dan het risico voor die partner om te worden aangesproken voor betalingsachterstanden weggenomen. Inbreuk op eigendomsrecht is alleen in heel bijzondere situaties mogelijk. Even zwaar telt echter dat de redelijkheid en billijkheid van partners als hoofdelijk schuldenaren en gewezen partners, over en weer rekening houden met elkaars belangen. Onlangs bepaalde de Rechtbank Rotterdam dan ook dat in het betreffende geval – tien jaar na verbreking van de relatie – de hoofdelijke aansprakelijkheid van de ex-partner niet kon voortduren. Als daar verkoop van het huis voor nodig zou zijn, dan moet de eigenaar het huis verkopen. Wilt u meer weten over de rechten en plichten die aan een hypotheek verbonden zijn, of in het bijzonder over de hoofdelijke aansprakelijkheid? Bel ons voor het maken van een afspraak. Bron: OpMaat 12 en 13-06-2019, 2019/416 en 2019/491.

Gepubliceerd: 10 Jul 2019
Copyright: Sdu © 2019